|
interview
met Walter van Ruitenbeek door Paul Roggema
verscheen in Culture & Camp augustus 2000
Vervlogen
tijden vol gevoel herleven in het jubileumnummer van de nieuwsbrief
van Stichting Mannenwerk. Her twintigjarige bestaan van her mannenwerk
gaf de direct betrokkenen aanleiding tot een terugblik. Wat de
toeschouwer onmiddellijk opvalt is de veranderde tijdgeest. "Mannen
ervaren
hun macht helemaal niet als macht maar als een grote druk, zware last en
isolement". Of: "Het emotionele bereik van mannen kan zich
vergroten en
in het hele gebied tussen kracht en kwetsbaarheid ontstaat een
onvermoede bewegingsvrijheid". Dergelijke teksten zagen we alleen
nog bij Ronald Jan
Heiin, en we weten hoe
het daarmee is afgelopen. De hedendaagse folder
komt snel ter zake:"Tijdens deze training bieden we een praktisch
toepas-
baar kader dat je in staat stelt meer grip te krijgen op je eigen leven.
Daartoe leren we je om een onderscheid te maken tussen de ervaringen uit
het verleden en de realiteit van nu."Hoe zit het precies? Tijd om
te gaan
kennismaken met de huidige trainer (de term workshop is ook al
geschrapt) Walter van Ruitenbeek. Hij is geen onbekende in homoland: het
COC Haaglanden en enkele andere instellingen huren hem in als homospecifiek
hulpverlener.
Walter,
die teksten, al dat gevoel dat kan toch echt niet meer?
Tja,
ons imago is dat je 'moet zeggen wat je voelt'. En dat is nog steeds wel
zo, maar anders dan vroeger Immers, inzicht blijft nodig: hoe ervaar je
je
leven, het is belangrijk dat je je bewust bent van wat er aan de hand
is.
Maar vroeger bleef men wel eens hangen in het inzicht, zonder verder
concreet iets te veranderen. Nu kijken we hoe je meer sturing aan je
leven
kunt geven, meer actiegericht. We leggen ook de nadruk op het
onderscheid tussen hoe je dingen in je verleden beleefde en hoe je er nu
tegenaan kijkt.
Die veranderingen, dat houdt ons bezig: zitten we als organisatie nog
op het goede spoor? Vooralsnog denk ik dat een iets stevige imago beter
bij de tijd-geest past.
twintig
jaar mannenbeweging: hoe ging dat vroeger?
In
1979, meer dan twintig )aar geleden dus is Jan Andeae vanuit het
vormingscentrum waar hij toen werkte met een Mannenweekend begonnen,
en daaruit is min of meer het Mannenwerk ontstaan. Dat ging eerst
allemaal gesubsidieerd: een vormingscentrum had een workshopleider in
dienst en
kreeg subsidie, meestal van het ministerie van Sociale Zaken, zodat de
workshops voor iedereen bereikhaar waren, ook dankzij de inzet van
vrijwilligers.
Alles ging goed, tot de tijd kwam dat de subsidies minder en minder
werden. Om toch het mannenwerk voort te
kunnen zetten, is in
1994
de Stichting Mannenwerk opgericht.
Vanaf '95 werden de weekenden door
de stichting georganiseerd. Daar we kostendekkend moeten zijn, is de
prijs
wel hoger geworden. Gelukkig hebben we veel donateurs.
Per
jaar zijn er 5-6 weekenden met meestal ongeveer dertig deelnemers.
De inhoud van een weekend is inhoudelijk vrij: we kijken altijd wat de
deelnemers
zelf inbrengen (daarom hebben we her mede zo lang volgehouden).
De
werkvormen zijn bijeenkomsten in grote en kleine groepen, en in
tweetallen. De training heeft met opzet geen naam: de vrijheid van
invulling staat voorop.
De deelnemers zijn er in alle soorten en maten, maar meestal wel
tussen
de 25 en de 50 jaar. Verder is het niet een bepaald type man, echt
allerlei mensen zien we hier komen. Bij alle vrijheid blijft het
hoofdthema 'hoe
krijg je meer grip op je eigen leven' natuurlijk wel de hoofdlijn.
Hoe
houden al die begeleiders
het vol, al die tijd?
Nou
ik ben er zelf ook al jaren als medebegeleider hij betrokken. Ik blijf
er gemotiveerd voor, want die weekenden met al die mannen, dat zijn
unieke ervaringen ook
voor de begeleiders. Die
zijn er zelf persoonlijk ook bij betrokken, anders
dan bij normale hulpverlening, waar meer afstand tussen hulpverlener
en cliënt is.
We hadden en hebben idealen, en de begeleiders doen ook voor
zichzelf mee,
voor
hun eigen ontwikkeling. Toen de subsidies stopten waren er genoeg mensen
die
het mannenwerk door wilden laten gaan en daar ook ietsvoor wilden doen.
Het
mannenwerk was zo eigenlijk een soort kaderschool: velen van die vaak
hechte groep begeleiders zijn in het maarschappelijk werk of de
trainingssector
verder gegaan.
Hoe
verhouden jullie je tot de collega’s' in de homohulpverlening?
Het
COC heeft uiteraard ook zijn gespreksgroepen, maar die zijn toch wat
sterker
op do coming-out gericht. Ook erg actief zijn de Kringen, die wat meer
op gezelligheid heten te zijn. De gerichtheid op persoonlijke groei, dat
is toch
wel
ons accent.
En
dan nu sex. ik las in zo’n terugblik ergens: “in die weekenden
praatten we
veel
over sex, maar we deden niets.” geen darkrooms?
Nee.
Dat citaat klopt wel gedeeltelijk. De deelnemers doen natuurlijk wat ze
willen, maar we !eggen wel uit dat homo’s sex vaak gebruiken om
intimiteit te ontlopen.
Wij proberen ze op het idee te brengen dat het ook anders kan. Sex
komt
natuurlijk wel ter sprake, maar er wordt niet altijd een apart onderwerp
van
gemaakt. Wel denken we na over een separaat thema 'seksverslaving',
misschien
gaan we daar een specieke training voor maken.
|