|
(maart 2003) 'Ik zie wel
'
‘Wat verwacht je van het weekend’, vroeg een vriendin die Vrijdagmiddag
7 maart kort voor mijn vertrek naar De Glind belde. ‘Ontspanning,
ontmoeting. Tja, ik heb er niet zo goed over nagedacht. Ik ga er blanco
naartoe, ik zie wel’, antwoordde ik.
Nu is het maandagavond na het weekend
en heb ik een dag lang gezweefd op mijn eerste ervaring met een
mannenwerkworkshop. Vrijdagmiddag bij vertrek had ik niet gedacht dit
goede gevoel over te houden. Want hoe ging het?
Kom er maar eens achter
Het programma begon met een vraag.
‘Wat kun je doen (wat je nu niet doet) dat een enorm positief effect
op je leven zou hebben als je dat regelmatig zou doen’. Workshopleider
Walter van Ruitenbeek had de vraag groot op een flip-over geschreven.
Een enorm positief effect op je
leven, kom daar maar eens achter noteerde ik sceptisch in mijn hoofd en
mijn gedachten gleden weg. De afgelopen weken passeerden de revue. Op
mijn werk zat ik al langer niet lekker in mijn vel. De sleur was
toegeslagen en ik moest er wat aan doen. Vijfenveertig en dan al op de
automatische piloot, dat nooit. Ideeën genoeg, maar evenzoveel
blokkades. Als ik dit - ja maar dan dat. Het verhaal in mijn hoofd kwam
op stoom en ik trok mijn eigen conclusies. Nee, dat schoot allemaal niet
op. In het eerste tweegesprek van de workshop bracht ik mijn
worstelingen naar voren. Ik had echter niet de illusie dat er dit
weekend een antwoord op de vraag van Walter zou komen.
De vrede was ver te zoeken
Met dit gevoel begon ik aan dag twee.
‘Welkom, heet jezelf welkom. Heet je lichaam welkom‘, begroette
medeworkshopleider Johan van Breukelen ons en ontspanning stroomde door
mijn lichaam. Al mijn zintuigen stonden open.‘Moed’ en
‘verantwoordelijkheid’ waren de kernbegrippen deze ochtend, maar ik
kon er niet veel mee. In de kleine groep zat ik naar de spelregels van
de groep te zoeken en was snel uitgesproken. Ik keerde me in mezelf en
het bekende gevoel van onbehagen kwam over me heen. Waarom zei ik nou
niks, woorden schoten me tekort. Waarom zou ik iets zeggen, ik had toch
niets te melden. Buitenkant opmerkingen kwamen wel over mijn lippen,
maar van het gesprek in mijn hoofd meldde ik niks. Dat overkomt mij nou
altijd. Ik registreerde dat anderen ook niet veel spraken.
Weer een
buitenkantopmerking, een
uitdaging. Een ander haakte daar op in en een woordenspel ontstond. Zou
dat de bedoeling zijn? Ik hield mijn mond maar weer tot de grote kring
van de middag. De vrede in mij was even ver te zoeken en de middag
maakte mij aanvankelijk nog stiller.
Walter legde ons een schema uit en
schetste daarvan de achtergronden en diepere bedoelingen. Het schema in
trefwoorden: primaire afweer, valse hoop, valse schaamte en helemaal
boven aan ontkenning van behoefte. De raderen begonnen te draaien.
Want
daar werd ik geraakt, het begon in mijn lijf te borrelen. Wat bij me
opkwam? Ik heb behoefte aan een rijk gevoelsleven dat ik graag wil delen
met een ander. En dan is delen meer dan het uitwisselen van verhaaltjes.
Delen is werkelijk contact maken, aansluiting vinden, samen een weg
opgaan. Bij delen hoort ook even raken aan pijn om te kunnen voelen,
meldde Walter en verdomd, ik had het te pakken. Want raken aan de pijn
om te kunnen voelen levert inzicht op en inzicht leidt tot verdieping. En
verdieping leidt tot doorbreken van sleur. Daar ligt de sleutel. Gewoon,
bij mezelf. Ik moet mezelf meer laten zien, want alleen zo kan een ander
contact maken, werkelijk contact. En alleen zo kan ik ook weer inhoud
geven aan werk. Want in werkelijk contact, in werkelijke verdieping
hoeven angsten geen blokkades te vormen. Ineens begreep ik de woorden in
de wokshopgids:
Elke weg wordt
stap voor stap begaan
Geen woord dat
je spreekt laat de wereld onveranderd:
Elke zin wordt
woord voor woord gevormd.
Al doorzie je
niet altijd de weg,
Aarzel niet
vooruit te gaan.
Als doorzie je
niet altijd de zin,
Schroom niet om
te spreken.
Deze laatste woorden
vormden voor mij
de essentie van het weekend. Vrolijk begon ik aan de laatste dag. In het
tweegesprek van de ochtend zette mijn
tegenspeler mijn uitkomst van het weekend nog even heel goed in
het juiste perspectief: zoek het bij jezelf, maak de stappen niet te
groot en keer je naar buiten. Dat is het, ik moet me laten zien, want
wat zei Johan zaterdagochtend: `Welkom, heet jezelf welkom`. Natuurlijk
hoe kon ik dat vergeten, het plaatje werd compleet. Als ik mezelf welkom
kan heten, kan ik ook een ander welkom heten.
In prettige vastberadenheid zoals een
mededeelnemer het zei verliet ik op het einde van dit weekend het pand. Die prettige vastberadenheid
heb ik nog als ik dit verslag afsluit. Het is inmiddels drie
weken verder.
|