Tijn
Touber − (in de Volkskrant van 06/07/11)
Waarom is kunst zo belangrijk? Herman Brood heeft dat
eens mooi uitgelegd. Hij legde uit wat het verschil is
tussen kunst en een kunstje. Kunstjes kunnen we allemaal.
Het is een kwestie van bestaande elementen op een nieuwe
manier rangschikken. In het geval van Brood waren dat
rock-'n-rollschema's en teksten over de zelfkant. In het
beste geval resulteert dit in een degelijke song, in het
slechtste geval in voorspelbare deuntjes.
Veel van wat voor 'creativiteit' doorgaat, valt onder de
categorie kunstje. Kunst daarentegen komt voort uit een
ander bewustzijn. De kunstenaar maakt zich juist los van
formats en stelt zich open voor het grote onbekende.
Kunstenaars laten zich leiden door het mysterie.
Daarom moeten kunstenaars 'lijden' om tot creatieve hoogte
te stijgen. Dit lijden komt voort uit de angst die gepaard
gaat met loslaten van zekerheden. Dat voelt alsof je je
verstand tijdelijk verliest en alle controle kwijtraakt.
Daarom liggen gekte en genialiteit zo dicht bij elkaar.
Je openstellen voor het onbekende is eng, maar levert veel
op. Wanneer je in staat bent om uit je mentale programmering
te stappen, komt er ruimte voor aha-momenten, diepere
inzichten en geniale ingevingen. Alle ware vernieuwing (op
ieder gebied) komt voort uit deze momenten van schijnbare
gekte of leegte.
'Craziness is like heaven,' zei Jimi Hendrix. Hij wist dat
hij alleen tot vernieuwing kon komen als hij bereid was
letterlijk out of his mind te stappen. Alleen dan werd hij
ontvankelijk voor de flitsen van het sublieme die hem tot de
meest vernieuwende gitarist uit de moderne
muziekgeschiedenis zouden maken.
Hoe geniaal Hendrix was, werd duidelijk toen hij in 1966
voor het eerst naar Europa kwam. Op dat moment kende vrijwel
niemand hem in Engeland, behalve Chas Chandler, bassist van
The Animals. Chandler had Hendrix in New York horen spelen
en wist hem naar Europa te halen met de belofte dat hij The
Beatles en Eric Clapton zou ontmoeten.
Op 1 oktober zijn Hendrix en Chandler in de Polytechnic Club
in Londen waar Clapton met zijn fameuze band Cream speelt.
Clapton is immens populair, overal in Londen staat op muren
'Clapton is God' te lezen. Dan vraagt Hendrix aan Chandler
of hij een paar nummers mag meespelen. Muziekjournalist
Charles Shaar Murray was erbij: 'Je moet je voorstellen hoe
ongehoord dat verzoek was. Niemand vroeg Eric Clapton of hij
met hem mocht meespelen. Zelfs The Beatles niet.'
Als Chandler zijn verzoek aan de band voorlegt, zegt bassist
Jack Bruce na een korte stilte dat Jimi wel even mag
inpluggen in zijn basversterker. Bruce: 'Jimi zette een van
onze eigen nummers in - een nummer dat Clapton nota bene
moeilijk vond om te spelen - en raasde er als een orkaan
doorheen, terwijl hij solo's met zijn tanden speelde, met de
gitaar in de nek en tussen zijn benen. Hij blies ons van het
podium.'
Bruce legt fraai uit wat het verschil is tussen de
genialiteit van Hendrix en het meesterschap van Clapton:
'Toen ik Eric Clapton voor het eerst ontmoette, wist ik: dit
is een meestergitarist. Maar Clapton is een gitarist.
Hendrix is geen gitarist, maar een natuurkracht.'
Eric Clapton beheerst zijn gitaar. Hendrix beheerst zijn
gitaar ook, maar is aan het meesterschap voorbij. Hij is
één geworden met zijn instrument. Hendrix kon subliem
spelen, omdat hij niet bezig was met meester te zijn over
zijn instrument of controle te willen hebben op zijn
situatie. Hij liet zich meeslepen en surfte op de golven van
de grote inspiratie. Hij gaf zich eraan over en verschafte
zijn publiek daarmee een doorkijkje naar het sublieme.
Touber is muzikant en auteur van Spoedcursus
Verlichting. Veel creatieve uitingen zijn een 'kunstje'.
Kunst is het pas als de maker zich openstelt voor het grote
onbekende. Dat is eng, maar levert veel op.