Gratis kaart ontvangen

Home Stichting Mannenwerk, bestuur, medewerkers, geschiedenis Agenda 2010 met info over meerdaaagse workshops en avondsupportgroepen Nieuwsbrief, het laatste nieuws van Stichting Mannenwerk Magazine met actuele verhalen Mannenlinks, webadressen voor de man van NU! Contact met Stichting Mannenwerk   Home Search Contact Us
Archief Magazine uitgave 2002-2004 / 1 2 3 4 5Magazine digitaal NU
 


Magazine 4 / 2003

online sinds 13-01-2009


van de redactie
mannen hulpverlening
tijd vliegt
Seksualiteit, geen sex!

autonomie
Peetvader mannenkunst
Bert Ontmoet Bertie

uitslag enquete


Mailinglist

Vul hier je naam en mail / adres in en we houden je op de hoogte van de activiteiten van Stichting  mannenwerk

  

in uit

      

 

 

 

Tijd vliegt  

 

 

Soms lijkt de tijd even stil te staan

Bijvoorbeeld wanneer we een geweldige schok ervaren. Mensen die een ongeluk krijgen maken rampzalige ogenblikken vaak als in een vertraagde film mee. Het tempo waarmee de hersenen de elkaar bliksemsnel opvolgende gebeurtenissen moeten verwerken, is in die situatie zo hoog, dat de werkelijke tijd als het ware achterblijft en zelfs tot stilstand schijnt te komen. Intussen werken wel alle lichaamsfuncties op volle toeren: hartslag en stofwisseling worden tot het uiterste opgejaagd door de enorme stoot adrenaline die in het bloed terechtkomt. Het gevolg ervan is dat het tijdsbesef van de ongelukkige op een wel heel laag pitje wordt gezet.

 

Niet langer of korter leven dan wij

Bij dieren die een korte levensduur hebben, verlopen alle lichamelijke processen in hoog tempo. Het hart van een spitsmuis slaat 500 keer per minuut, terwijl het nog geen jaar oud wordt. Een olifant kan een jaar of 65 worden en al die jaren bedraagt zijn hartslag slechts 25 tot 30 keer per minuut. Daarentegen vliegt het olifantenleven voorbij, terwijl aan het spitsmuizenjaar geen einde schijnt te komen. Het opmerkelijke verschijnsel doet zich voor, dat bij alle zoogdieren het hart aan het eind van hun leven, na een natuurlijke dood even vaak heeft geklopt. Wij hoeven dus geen medelijden te hebben met dieren, die voor onze begrippen slechts te kort leven. Hun tijdsbesef is door hun op hoge snelheid werkend lichaam veel trager dan het onze. Ze leven in feite niet langer of korter dan wij en dit geldt niet alleen voor onze trouwe hond of lieve kat, maar zelfs voor eendagsvliegen. Dat de lichamen van kort levende dieren uiterst snel werken, kunnen wij dagelijks waarnemen.Wie een vlieg tot moes wil meppen, slaat gemakkelijk mis. Het beestje reageert in minder dan een honderdste van een seconde, terwijl onze reactietijd hooguit een tiende van een seconde is. De vlieg ervaart zijn gedrag echter niet als bliksemsnel ten opzichte van zijn levenstempo is het onze zo traag, dat hij de hand met de vliegenmepper in slowmotion op zich af ziet komen.

 

‘De tijd vliegt!’, is geen loze kreet:

Had een eikenboom zintuigen, dan zou alles er voor hem heel anders uitzien dan de vliegenwereld. Dingen, levende wezens en gebeurtenissen zouden hem in razend tempo voorbijgaan of overkomen. Niet dat het hem zou verbazen, evenmin als de vlieg zich zich verwondert over de traagheid van zijn wereld, of wij mensen ons verbazen over de ‘normale’ snelheid waarmee zich allen in onze wereld afspeelt. Waar wij ons wel over verbazen, zijn de verschillen in tempo waarmee perioden in ons eigen leven zich voltrekken. Iedereen die op leeftijd begint te komen, spreekt zijn vertwijfeling uit over de toenemende snelheid waarmee de jaren voorbijgaan. ‘De tijd vliegt!’, is beslist geen loze kreet: De tijd vliegt inderdaad, en dat doet hij almaar sneller. Dat komt doordat onze lichaamsfunctie in onze jeugd in een veel hoger tempo werkten dan later het geval is. Kijk bijvoorbeeld maar naar de snelheid waarmee we gegroeid zijn of naar het kwieke leervermogen dat we hadden. Net als voor spitsmuizen of eendagsvliegen lijkt de tijd voor ons oor ons traag te verlopen. De jaren leken wel decennia! . Op latere leeftijd lijken de decennia slechts jaren. Want dan functioneert alles in ons lichaam opmerkelijk trager, zodat de tijd zich sneller en sneller gaat voort reppen. Hier komt natuurlijk een aspect bij: we raken van lieverlee bekend met de dingen en de gebeurtenissen die we op ons levenspad ontmoeten. Net als bij reizen het geval is, lijkt daardoor de terugweg korter dan de heenweg.

 

Uitstapje in de wereld der dieren

Wat zouden we ons verbazen wanneer we een uitstapje mochten maken in de wereld van dieren! Bij elke diersoort zouden we een andere, ons volslagen onbekende wereld aantreffen. Waren we een reptiel dan verliep de tijd afwisselend vliegensvlug of uiterst traag. Bij koude zou onze hartslag tot slecht 20 a 30 keer per minuut teruglopen, zodat de tijd voorbij zou flitsen. Als het warm was, verliep de tijd veel langzamer. Konden we een zangvogel worden, dan klonk onze vogelzang heel anders in de oren. Omdat de tijd voor een vogel trager verloopt, zouden we geen aanhoudend gefluit horen, maar elke ‘noot’ uit honderden afzonderlijke tonen bestaan. Waren we een slak, dan werden we bestormd door een op hol geslagen wereld, Alles zou zo snel gaan, dat bijvoorbeeld naderende voetstappen als een langgerekte dreun zouden klinken.

 

Rare snijbonen

Levensfuncties kunnen niet trager verlopen dan complete stilstand. Wanneer je dood bent, staat alles op nul. Mocht je in die situatie nog besef hebben van de wereld om je heen, dan zou alle tijd zich in een enkel en wel het kleinst mogelijke moment voltrekken. Heden, toekomst en verleden in een punt van volledige stilstand! Vanzelfsprekend ligt echter ook de dood gebed in eigen werkelijkheid met een eigen tempo. Het leven na de dood speelt zich ongetwijfeld af op een wijze waarvan wij ons geen voorstelling kunnen maken. Alleen al dat wij hierover kunnen nadenken, bewijst dat onze wereld een heel eigen, specifiek menselijke is. Vanuit de positie van andere schepselen zijn wij even rare snijbonen zoals wij dat vinden van de slak of de krokodil. Zelfs wat betreft onze  levensduur zijn we uitzonderlijk: overeenkomstig ons formaat en alle overige fysieke gegevens zouden

 

Theo Schildkamp

 

 

 

 

 


 
2010 © Stichting Mannenwerk