 |

Mailinglist

|
|
 |
 |
Tijd
vliegt

Soms
lijkt de tijd even stil te staan.
Bijvoorbeeld
wanneer we een geweldige schok ervaren. Mensen die een ongeluk krijgen
maken rampzalige ogenblikken vaak als in een vertraagde film mee. Het
tempo waarmee de hersenen de elkaar bliksemsnel opvolgende gebeurtenissen
moeten verwerken, is in die situatie zo hoog, dat de werkelijke tijd als
het ware achterblijft en zelfs tot stilstand schijnt te komen. Intussen
werken wel alle lichaamsfuncties op volle toeren: hartslag en
stofwisseling worden tot het uiterste opgejaagd door de enorme stoot
adrenaline die in het bloed terechtkomt. Het gevolg ervan is dat het
tijdsbesef van de ongelukkige op een wel heel laag pitje wordt gezet.
Niet
langer of korter leven dan wij
Bij
dieren die een korte levensduur hebben, verlopen alle lichamelijke
processen in hoog tempo. Het hart van een spitsmuis slaat 500 keer per
minuut, terwijl het nog geen jaar oud wordt. Een olifant kan een jaar of
65 worden en al die jaren bedraagt zijn hartslag slechts 25 tot 30 keer
per minuut. Daarentegen vliegt het olifantenleven voorbij, terwijl aan het
spitsmuizenjaar geen einde schijnt te komen. Het opmerkelijke verschijnsel
doet zich voor, dat bij alle zoogdieren het hart aan het eind van hun
leven, na een natuurlijke dood even vaak heeft geklopt. Wij hoeven dus
geen medelijden te hebben met dieren, die voor onze begrippen slechts te
kort leven. Hun tijdsbesef is door hun op hoge snelheid werkend lichaam
veel trager dan het onze. Ze leven in feite niet langer of korter dan wij
en dit geldt niet alleen voor onze trouwe hond of lieve kat, maar zelfs
voor eendagsvliegen. Dat de lichamen van kort levende dieren uiterst snel
werken, kunnen wij dagelijks waarnemen.Wie een vlieg tot moes wil meppen,
slaat gemakkelijk mis. Het beestje reageert in minder dan een honderdste
van een seconde, terwijl onze reactietijd hooguit een tiende van een
seconde is. De vlieg ervaart zijn gedrag echter niet als bliksemsnel ten
opzichte van zijn levenstempo is het onze zo traag, dat hij de hand met de
vliegenmepper in slowmotion op zich af ziet komen.
‘De
tijd vliegt!’, is geen loze kreet:
Had
een eikenboom zintuigen, dan zou alles er voor hem heel anders uitzien dan
de vliegenwereld. Dingen, levende wezens en gebeurtenissen zouden hem in
razend tempo voorbijgaan of overkomen. Niet dat het hem zou verbazen,
evenmin als de vlieg zich zich verwondert over de traagheid van zijn
wereld, of wij mensen ons verbazen over de ‘normale’ snelheid waarmee
zich allen in onze wereld afspeelt. Waar wij ons wel over verbazen, zijn
de verschillen in tempo waarmee perioden in ons eigen leven zich
voltrekken. Iedereen die op leeftijd begint te komen, spreekt zijn
vertwijfeling uit over de toenemende snelheid waarmee de jaren
voorbijgaan. ‘De tijd vliegt!’, is beslist geen loze kreet: De tijd
vliegt inderdaad, en dat doet hij almaar sneller. Dat komt doordat onze
lichaamsfunctie in onze jeugd in een veel hoger tempo werkten dan later
het geval is. Kijk bijvoorbeeld maar naar de snelheid waarmee we gegroeid
zijn of naar het kwieke leervermogen dat we hadden. Net als voor
spitsmuizen of eendagsvliegen lijkt de tijd voor ons oor ons traag te
verlopen. De jaren leken wel decennia! . Op latere leeftijd lijken de
decennia slechts jaren. Want dan functioneert alles in ons lichaam
opmerkelijk trager, zodat de tijd zich sneller en sneller gaat voort
reppen. Hier komt natuurlijk een aspect bij: we raken van lieverlee bekend
met de dingen en de gebeurtenissen die we op ons levenspad ontmoeten. Net
als bij reizen het geval is, lijkt daardoor de terugweg korter dan de
heenweg.
Uitstapje
in de wereld der dieren
Wat
zouden we ons verbazen wanneer we een uitstapje mochten maken in de wereld
van dieren! Bij elke diersoort zouden we een andere, ons volslagen
onbekende wereld aantreffen. Waren we een reptiel dan verliep de tijd
afwisselend vliegensvlug of uiterst traag. Bij koude zou onze hartslag tot
slecht 20 a 30 keer per minuut teruglopen, zodat de tijd voorbij zou
flitsen. Als het warm was, verliep de tijd veel langzamer. Konden we een
zangvogel worden, dan klonk onze vogelzang heel anders in de oren. Omdat
de tijd voor een vogel trager verloopt, zouden we geen aanhoudend gefluit
horen, maar elke ‘noot’ uit honderden afzonderlijke tonen bestaan.
Waren we een slak, dan werden we bestormd door een op hol geslagen wereld,
Alles zou zo snel gaan, dat bijvoorbeeld naderende voetstappen als een
langgerekte dreun zouden klinken.
Rare
snijbonen
Levensfuncties
kunnen niet trager verlopen dan complete stilstand. Wanneer je dood bent,
staat alles op nul. Mocht je in die situatie nog besef hebben van de
wereld om je heen, dan zou alle tijd zich in een enkel en wel het kleinst
mogelijke moment voltrekken. Heden, toekomst en verleden in een punt van
volledige stilstand! Vanzelfsprekend ligt echter ook de dood gebed in
eigen werkelijkheid met een eigen tempo. Het leven na de dood speelt zich
ongetwijfeld af op een wijze waarvan wij ons geen voorstelling kunnen
maken. Alleen al dat wij hierover kunnen nadenken, bewijst dat onze wereld
een heel eigen, specifiek menselijke is. Vanuit de positie van andere
schepselen zijn wij even rare snijbonen zoals wij dat vinden van de slak
of de krokodil. Zelfs wat betreft onze
levensduur zijn we uitzonderlijk: overeenkomstig ons formaat en
alle overige fysieke gegevens zouden
Theo
Schildkamp

|
 |

|
 |