|
|
|
|
|||||
|
|
|
|
Johnny ten Thije, "Peetvader van de Mannenkunst" door
Vivan Mell
Johnny ten Thije in de kelder van Galerie Faubourg (2003)
Galerie
Faubourg op de Overtoom in Amsterdam heeft in haar tienjarig bestaan zowel
nationaal als internationaal
Johnny
ten Theije; “Ik ben bijna 50 jaar geleden geboren in Enschede. Mijn
jeugd heb ik echter grotendeels doorgebracht in Oldenzaal. De
textielindustrie in Twente was destijds op haar hoogtepunt en één van de
steunpilaren van de Nederlandse economie. Lage lonen landen waren toen nog
niet uitgevonden. Mijn ouders werkten hard. Zij runden een textielbedrijf
met diverse vestigingen verspreid over Nederland
en Duitsland. Mijn vader hield zich vooral bezig met wat we nu
innovatie zouden noemen. Hij heeft dan ook diverse uitvindingen op zijn Persoonlijke
vrijheid en tragedie “Ik
was de oudste uit een gezin van 5 kinderen met onderling grote
leeftijdsverschillen. In mijn opvoeding stonden persoonlijke vrijheid,
staan voor je gevoelens en rechtvaardigheid op de voorgrond. Kunst en
cultuur maakten daar als vanzelfsprekend ook deel van uit. Een tragedie
daarbij was dat mijn ouders hun zeer liberale opvoeding niet waarmaakte
toen ik op mijn 21e uit de kast kwam. Mijn vader smeet me toen
de deur uit. Ik voelde me verraden door mijn eigen bloed. Snel daarna ben
ik naar Amsterdam vertrokken. Met mijn familie is het nooit meer goed
gekomen. Al meer dan 25 jaar zie en spreek ik mijn broer en zusters niet.
Na zo’n lange tijd elkaar weer ontmoeten en doen alsof er helemaal niets
gebeurt is, past niet bij mij. Daarvoor is er te veel gebeurd en zijn we
te zeer uit elkaar gegroeid. Ik ken ze niet meer en zij mij ook niet. De
leefwereld van een Amsterdamse homo en van de gemiddelde Twentenaar
verschillen nogal van elkaar. Ik heb hard voor een eigen plek moeten
vechten. Gelukkig had ik daarvoor voldoende basis meegekregen. Ook
trouwens om uit het zwarte gat te komen waar ik in terechtkwam toen mijn
partner Gerard plotseling aan een hersentumor overleed.” Twee
minuten nodig om mijn baan op te zeggen “Ook de aids epidemie die in de tachtiger- en begin negentiger jaren alleen al in Amsterdam aan enkele duizenden mannen tussen de 25 en 50 jaar voortijdig het leven kostte, heeft me niet onberoerd gelaten en wierp me erg op me zelf terug. Twee, drie jaar achter elkaar zo’n 100 begrafenissen per jaar heeft een enorme impact op mijn leven gehad. Op een gegeven moment kwam de vraag bij me op: ‘Wat wil ik nog met mijn leven’. Dat was in ieder geval niet het voortzetten van mijn carrière bij een grote Nederlandse kredietverzekeraar. Toen me dat helder werd had ik twee minuten nodig om mijn baan op te zeggen. Ook aan andere verplichtingen die mij bonden heb ik een eind gemaakt. Ik wilde leven zoals mij dat goed dunkt en me niet meer richten naar wat ‘men’ ervan vond en van me verwachtte. Dat had ik al te lang gedaan. Ik ben gaan reizen en heb redelijk wat van de wereld gezien. Wat ik ontdekte in New York, Berlijn, Rome, Barcelona, om maar een paar grote
s Heteromannen
zijn behoorlijk veranderd “De
emancipatie van de homoman of lesbische vrouw gaat pas de goede kant op
als het maatschappelijk gezien niet meer relevant is of een man op een man
valt en een vrouw op een vrouw en alle denkbare varianten die er mogelijk
zijn. Heteromannen zijn de afgelopen jaren behoorlijk veranderd. Zij laten
hoe langer hoe meer hun vrouwelijke kant en gevoeligheid zien. Vooral bij
jonge mannen van pakweg 18 tot zo’n 30 jaar kun je aan hun kleding en
gedrag bijna niet meer zien of zij homo of hetero zijn. De uiterlijke
verschillen zijn vrijwel geheel weggevallen. Vaak kan ik alleen nog via de
radar (ogen) opmerken of een jongen of een man geïnteresseerd in me is.
Trouwens sommige oudere heteromannen zijn ook aan het veranderen. Een vriend van mij, een 65 jarige man en sociaal-democratische middenstander, zoent mij publiekelijk. Dat er nog werk aan de winkel is bewijst zijn zoon, een ruime dertiger die mij altijd keurig een hand geeft. Ik
ben door de jaren heen een stuk milder geworden, ook over mijn ouders. Nu
kan ik dankbaar zijn voor de opvoeding die ze mij hebben gegeven. Ik zie
en ervaar nu de basis die zij hebben gelegd. Door mijn toegenomen mildheid
heeft mijn inzet de afgelopen jaren een ander karakter gekregen. Ik richt
mij nu op de acceptatie van mannenkunst en gebruik als middel de
galerie”... Het
mannelijk schoon moet herontdekt worden “Ik
heb een hekel aan het elitaire dat veel galeries uitstralen. Daar breng je
kunst niet mee aan de man. Ik wil schoonheid verkopen, de schoonheid van
mannen. Die is nog steeds ondergewaardeerd, daar waar de schoonheid van
vrouwen, zeker in de westerse wereld al eeuwen is geaccepteerd. Zie een
grote meester uit de schilderkunst zoals Rubens die vele naakte vrouwen
heeft geschilderd. De acceptatie van vrouwelijke schoonheid zie je nu
vooral in reclamespots waarin zij regelmatig vrijwel naakt en ‘en
face’ in beeld komen. Van mannen zie je niets meer dan een blote borst
en als het heel gewaagd is een stukje bil. En dat terwijl er over de
schoonheid van mannen eigenlijk niets nieuws onder de zon is. De oude
Grieken en ook Da Vinci met zijn wereldberoemde David hebben dat al laten
zien. Het moet nu alleen herontdekt worden.” Onze
klanten bewijzen ons gelijk “Wij willen Faubourg daarom zo laagdrempelig mogelijk houden. Dat is ook aan de inrichting van Faubourg te zien, die hebben we heel bewust zo gekozen. Naast de kunst bestaat deze ook uit antieke meubelen, Leerdam glas en aanverwante artikelen. Iedereen moet er zonder schroom binnen kunnen komen. Onze klanten bewijzen ons gelijk. Van directeur van een groot bedrijf tot arbeider stappen bij ons
binnen en zij komen van over de hele wereld. Faubourg voorziet wereldwijd
in een behoefte. Dat klinkt misschien hoogdravend, maar het is wel de
waarheid. Je denkt toch niet dat een New Yorker met een bronzen sculptuur
van circa 50 kg mijn galerie uitloopt als hij niet iets vergelijkbaars in
zijn woonplaats zou kunnen vinden. Om het internationale karakter van
Faubourg te accentueren halen we overal ter wereld werk vandaan. Ik reis
dan ook veel,niet alleen door Nederland maar ook ver daarbuiten.” In
mijn ziel geraakt “We letten bij de werving van kunst altijd op wat het mij doet, of het werk mij op de een of andere manier aanspreekt. Als het mij raakt, op welke manier dan ook, kan het ook effect hebben bij een bezoeker van onze galerie, al kan dat op een ander vlak zijn. Voor mij is kunst pas kunst wanneer ik als kijker (voyeur) bij het kijken in mijn eigen ziel wordt geraakt. Wij doen er dan alle moeite voor om werk van die man of vrouw in voorraad te krijgen. Ik zie er geen kunst in Het werk van sommige Cobra kunstenaars doet mij niets en zal je ook nooit bij mij thuis of in Faubourg
Tien
jaar geleden spraken wij over homokunst, nu over kunst “Wij
zien het als onze opdracht om het werk van zo’n 30 à 40 kunstenaars uit
binnen- en buitenland bij elkaar te brengen en om te komen tot een
herwaardering van het mannelijk schoon in het algemeen en in de kunst in
het bijzonder. Zo spraken we 10 jaar geleden over homokunst, 5 jaar
geleden over mannenkunst, en vanaf 2004 spreken we alleen nog over kunst.
Het moet een niet meer weg te denken plek in onze maatschappij krijgen.
Als ik overlijd wordt om die reden mijn privé collectie aan derden
geschonken. Ik wil ook dat mijn werk wordt voortgezet als ik er over een
tijd mee stop. Ik draag de vlam dan over aan
|
|
|
|