![]() |
|
|
|||||
|
|
|
|
De man in de wereld en de wereld in de man
Hendrik Grashuis Voorzitter Stichting Mannenwerk Het Mannenwerk bestaat 25 jaar.
Als voorzitter hoor je dan een moment stil te staan bij waar we op het
moment zijn, terug te blikken op wat we gedaan en bereikt hebben, en
vooruit te kijken op wat ons in deze tijd, in deze wereld te doen staat.
In het werken met mannen hebben we ons al die jaren, hoewel de vorm er
steeds wat anders uitzag, altijd op hetzelfde gericht: persoonlijk
leiderschap en bewustzijn. Werken met deze thema’s heeft ons kracht en
helderheid opgeleverd. Maar het heeft ons gelukkig ook geconfronteerd met
ons menselijk onvermogen. ‘Gelukkig’ zeg ik, omdat het ons gevoelig en
mild maakt voor het gegeven dat mensen niet volmaakt zijn. Het relativeert
onze ideeën over autonomie, verantwoordelijkheid, effectiviteit en
succes. En het houdt ons in contact met het lijden van de wereld. In
een interview in de Volkskrant antwoordt regisseur Paula van der Oest op
de vraag waarom haar films zo vaak over menselijk onvermogen gaan: ‘Het
is wat iedereen drijft. Mensen willen iets en in de meeste gevallen lukt
dat niet. In je leven doe je heel veel moeite, je worstelt en ploetert,
brengt offers, maakt soms wel eens prettige dingen mee, en aan het eind
ervan ga je dood. Als ik daar goed over nadenk vind ik dat onverdraaglijk.
Ook de fouten die je van generatie op generatie doorgeeft. Daar word ik
wel somber van. Dat je niet onder sommige dingen uitkunt. Voor je het
weet, denk je: goh, dit lijkt bijzonder veel op de situatie van dertig
jaar geleden. Maar het is ook
de schoonheid van het leven!’ Op
het eerste gezicht misschien een wat zwaarmoedige kijk op het bestaan.
Toch heeft deze kijk regisseur Van der Oest er niet van weerhouden dit
jaar een film te maken, over Surinamers in de Bijlmer, die door
recensenten beschreven wordt als een: ‘vrolijke, lichte, feel
good-movie’. Ze spreekt in het interview
over menselijk geworstel en geploeter en ziet daar tegelijkertijd
de schoonheid van het leven in. Mijn hart springt er van open! Kerkvader
Augustinus beschouwde het al in de vijfde eeuw als het hoogst haalbare
voor de mens: het lijden van de wereld mee te kunnen lijden en zich
tegelijkertijd te verheugen over het wonder en de schoonheid van de
schepping. Dat besef van de eenheid van alle leven kan je terugvinden in
alle grote wereldreligies. Het is in feite ook de wezenlijke betekenis van
het woord religie: ‘verbinding’.
Alles en allen op de wereld zijn met elkaar verbonden. We ademen
dezelfde lucht in en uit, alle wateren op aarde staan met elkaar in
verbinding. Als de lucht en het water ergens vervuild raken dan tast ons
dat allemaal aan. We willen dat niet altijd beseffen omdat het zo
overweldigend is in zijn consequenties, maar intuïtief weten we dat het
zo is. De pijn van mensen, honger, armoede, geweld, alle lijden van mensen
in de wereld gaat ons allemaal aan. En omgekeerd is het ook zo dat elke
daad van ons effect heeft op de hele wereld.
In het Chassidisme, een Joodse mystieke stroming, wordt
letterlijk gezegd, en niet alleen maar bij wijze van spreken: ‘als
je één mens op deze wereld redt, dan red je de hele mensheid!’
We hebben in het westen geen traditie meer van spiritueel leiderschap. Niemand begeleidt ons als wij op bepaalde momenten in ons leven ‘grote’ inzichten en ervaringen hebben. We hebben een ambivalente houding tegenover ‘verlichte geesten’. We laten ons nog wel aanspreken en inspireren door hun overstijgende uitspraken en levenswijzen, maar voor het gewone dagelijkse leven lijken ze toch te ver van ons af te staan, lijken ze vaak ook te radicaal. Toen
ik twintig was heb ik een ontnuchterende ontmoeting gehad met
Krisnamurti. Ik was naar een bijeenkomst gegaan in het Congrescentrum in
Den Haag. Ik was jong, idealistisch en hongerig naar antwoorden op de
grote levensvragen: wie zijn wij, wat is de zin van ons bestaan, en wat
staat ons te doen? En ik wilde oplossingen voor de ongerijmdheden van
oorlog en onrecht in een wereld die tegelijkertijd ook zo wonderlijk mooi
was. De zaal zat vol met zoekers en verlangers. Ik zat op de derde rij en
om mij heen zaten oude dames met lange vlechten en wijde jurken. We zaten
allemaal in een prettige opwinding te wachten op de man die het wonder aan
ons zou gaan voltrekken en ons vervullen met zijn wijsheid en liefde. Ik
kende Krisnamurti van zijn boeken, dus ik had beter kunnen weten. Ik wist
dat hij in het begin van de twintigste eeuw door de theosofen-vereniging
ontdekt was als ‘verlicht meester’ en dat ze hem naar voren hebben
proberen te schuiven als leider van een nieuwe wereldwijde religieuze
beweging, maar dat hij voor de eer had bedankt. Hij hief persoonlijk de
hele organisatie op omdat hij van mening was dat organisaties schadelijk
zijn voor het zoeken naar waarheid en vrijheid: ‘Truth is a pathless
land!’ Krisnamurti liep
langzaam, oud, klein en stil het podium van het congrescentrum op en ging
op een rechte stoel zitten. Hij zweeg lang, zijn ogen waren gesloten en
hij ademde. Ik kon hem recht in zijn gezicht zien. Ik had even de
gewaarwording dat er helemaal niemand zat. Vanaf het moment dat hij begon
te spreken leek hij er voor-namelijk op uit om al onze verwachtingen en
hoop om zeep te helpen. Hij sprak een beetje eentonig, leek wat nors, en
reageerde vermoeid op de vragen die uit het publiek aan hem gesteld
werden. Elke vraag werd teruggekaatst, elke vrager op zichzelf terug
geworpen. Er was geen verlossing, geen liefde, geen bevrijding: ‘De
waarheid ligt in het kijken naar wat is. Zichzelf zien zoals men is, is
het begin en het einde van alle zoeken’. Ik vond het een kale en
sombere visie op het leven. Ik was twintig, worstelde met mijn
homoseksualiteit en ik wilde mezelf helemaal niet zien zoals ik was, ik
wilde boven mijzelf uitstijgen. Het heeft daarna nog jaren geduurd voordat
ik de schoonheid van zijn levenshouding kon zien en zelf ervaren.
.nl
|
cover
back
|
|
|