|
|
|
|
|
|||||
|
´We vochten als leeuwen om er als eerste uit te kunnen komen´ Hugo van Win aan het
woord over zijn joodse identiteit, ervaringen in de 2e
wereldoorlog, en zijn levensinstelling
Hugo van Win (82) heeft de Tweede Wereldoorlog
overleefd door zich te voorzien van een valse identiteit. Hij werkte
daarmee als verpleegkundige in de joods psychiatrische instelling Het
Apeldoornsche Bos. Toen begin Wat hij in oorlogstijd heeft meegemaakt is te lezen in zijn boek: ‘Een jood in nazi-Berlijn’ dat in 1997 door Bruna is uitgegeven. Zijn ervaringen uit die periode zijn op video vastgelegd door Survivors of the Shoah dat is opgericht door Steven Spielberg. Die organisatie legt de laatste oorlogsgetuigenissen vast voor toekomstige generaties. Hugo van Win heeft diverse malen een workshop van het mannenwerk bezocht. De laatste keer was dat in 1995. Reden om hem op te zoeken. Ter voorbereiding hebben wij zijn boek gelezen. Dat was weer aanleiding om hem een paar vragen te stellen. Je schrijft dat jij je niet zo bewust was van
je joodse identiteit. Hoe komt dat? ‘Mijn
ouders waren niet gelovig. De laatste keer zij in een synagoge zijn
geweest was in 1917, toen ze trouwden. Daarna is dat nooit meer gebeurd.
Als kind ben ik daarom ook nooit in een synagoge geweest en ik ben ook
niet besneden. Mijn ouders vonden dat hun kinderen over zaken zoals geloof
en besnijdenis als volwassene zelf over moesten kunnen beslissen.‘ Dat klinkt mij als heel liberaal en misschien wel als vrijzinnig in de oren. Waren je ouders zo liberaal ingesteld. ‘Nou, mijn moeder wel. Die gaf haar kinderen redelijk veel vrijheid. Mijn vader was veel conventioneler. Voor hem was het regel is regel enDan gaat het vanzelf over”. Ik antwoordde dat ik homo was en zeker niet zou gaan trouwen. Hij draaide zich toen om en liep de kamer uit. Er is daarna nooit meer over gesproken. Is je geloof in
predestinatie ontstaan omdat je de oorlog hebt overleefd? ‘Dat heb ik mijn hele leven al zo gevoeld. Ik heb
me altijd vastgehouden aan het idee je niet eerder gaat dan is
voorbestemd. Je moet er natuurlijk wel alles aan doen om in leven te
lijven. Mijn vader was er vroeg van overtuigd dat zijn gezin uit de handen
Door mijn geloof in predestinatie heb ik bijvoorbeeld nooit als een waanzinnige naar de beste schuilkelder in de buurt gerend. Ik had altijd de gedachte: Als het mijn tijd is dan ga ik en niet eerder´. Ben je dan
nooit bang geweest? ´Natuurlijk wel, bijvoorbeeld toen ik naar Leipzig was geweest en noodgedwongen de nacht op het treinstation heb overnacht. Ik mocht namelijk niet in die stad komen en kon daardoor ook geen hotel nemen. Bij een controle op dat station werd ik door een waarschijnlijk hoge Duitse functionaris, waar ik mee in gesprek was geraakt, gered. Hij eiste zo veel aandacht van die soldaten dat ze mij prompt vergaten mij naar mijn papieren te vragen. Bang was ik ook toen de schuilkelder in Berlijn waar ik tijdens een zwaar bombardement in zat door een voltreffer werd geraakt. Samen met drie andere mannen die zich net zoals ik stijf tegen de muur hadden gedrukt, werd ik gered door een zware ijzeren balk. Eerst wist ik niet of ik dood was of nog leefde, tot ik een man naast mij voelde die ik in doodsnood hoorde hijgen. Op dat moment besefte ik dat ik ook stond te hijgen´. Hoe ben je uit
die kelder gekomen? Dat heeft zesendertig uur geduurd voor we op het
nippertje werden gered. De ruimte waarin wij waren was De reddingswerkers maakten eerst een klein gat waardoor wij weer wat lucht kregen. Daardoor dreigde wel de balk die ons had gered toch nog naar beneden te storten. Toen het instortingsgevaar was geweken werd een gat gemaakt dat groot genoeg was om ons één voor één uit de puinhopen te halen. We vochten als leeuwen om er als eerste uit te kunnen komen. We waren daarvoor bereid om over lijken te gaan. Mijn overlevingsdrift, die oerdrift, zal ik nooit vergeten´. Het was
natuurlijk een vreselijke ervaring! Ja, en ik heb er ook iets van geleerd. Onder
dergelijke extreme omstandigheden komt bij mensen een intense
overlevingsdrift naar boven. Dat is een oerdrift zoals andere primaire
levensbehoeften zoals eten, drinken en seks. Mensen gaan zich ook anders
gedragen in en periode waarin het leven zo onzeker is. De moraal
verandert, je leeft er op los en neemt wat er nog te krijgen is. In
Berlijn heb ik bijvoorbeeld geen nacht alleen geslapen. Je gaat dingen
doen die je in andere omstandigheden niet in je hoofd zou halen. Ik heb de
meest waanzinnige dingen uitgehaald alsof het de gewoonste zaak Was het niet
moeilijk voor je om je na terugkeer weer aan te passen? het financieel beleid gaan bezighouden. Ik heb daar de bijnaam ‘financiële paus van het COC´ aan overgehouden. Heb je grot ‘Ja, in 1954 heb ik een jongen ontmoet waar ik stapelgek op was. Als je het over liberale of vrijzinnige ouders hebt, die had hij. Op zijn 16e zeiden zijn ouders tegen hem dat hij maar geen meisje moest gaan zoeken omdat hij homo was. Ik werd als schoonzoon volledig door deze mensen geaccepteerd. Dat noem ik pas liberaal. We zijn 21 jaar samen geweest. Jammer genoeg koos hij toen voor iemand anders. Daarna ben ik wel eens iemand tegengekomen op wie ik verliefd werd. Ik herinner mij een jongen waar ik verliefd op was en een tijd mee op heb getrokken. Het had best wat met hem kunnen worden. Na een paar maanden koos hij toch voor een vrouw, en dat terwijl hij de mannenliefde bij wijs van spreken had uitgevonden. Natuurlijk heb ik met vele mannen in bed gelegen. Dat was echter bijna altijd eenmalig, ‘Ships that passed the night’. Heb je ´Het grootste geluk in je leven is om van een ander mens te houden en dat dit echt en wederzijds is. Ik zeg het maar zo: ‘Better have loved en lost, than never have loved at all´
|
|
|
|