|
"En
wat nu?" vroeg hij. "En
nu: niets. Dit ís het".
Impressies
na het mannenweekend (april
2007) in de Glind.
Bijna
was ik niet komen opdagen. In de week er voor had ik het wel
helemaal gehad op mijn werk. Ik ben er
eerder voor gevraagd, voor deze laatste functie op interim
basis. Nu na een jaar, maar eigenlijk al veel eerder, blijken de
condities niet te deugen en wordt ik steeds aan het lijntje
gehouden als ik klaag over de personele ondersteuning. De
randvoorwaarden van de bazin
voor zich zelf staan voorop, daarna komt een hele tijd
niets en daarna mag ik nog beperkt klagen.
Ik
voelde me ook niet 'goed' op die vrijdag. Een paar dagen eerder
had ik ook iets fouts gegeten, en dat moest er 's nachts allemaal
uit, tot op de laatste stuiptrekkingen van maag en darmen. De week
daarvoor dacht ik nog dat wel een soort van evenwicht had bereikt:
in mijn gevoel (goed of slecht), in mijn energie (weer een beetje
bijgetankt na twee weken met 50% arbeidsverzuim, dat scheelt). Het
is altijd een beetje een precair evenwicht, zo goed ken ik mezelf
wel onderhand, het is snel verstoord, een partij 'drammen' van
mijn bazin als iets niet loopt zoals ze dat graag ziet, en mijn
adrenaline loopt op, de ergernis neemt toe, het balen begint, ik
kan op het werk wel een pokerface trekken, maar 's avonds zit het
me dwars, letterlijk en figuurlijk. Mijn ademhaling zit dan te
hoog, ik voel spanning in mijn buik. In regel heb ik dan niet het
geduld om me toe te leggen op de juiste ontspanning, en mijn
ademhaling omlaag te brengen. Het is veel gemakkelijker om dan een
borrel in te schenken, en nog een, en te bedenken dat ze allemaal
het 'langdurige heen en weer' mogen krijgen. Maar het is niet echt
een oplossing, en de rekening komt al de volgende dag. Niet-fit
gaan werken is nog minder leuk.
Ik
geloof dat dit de vijfde keer is dat ik mee doe aan het
Mannenwerk, en het is me steeds goed bevallen. Het effect
verschilt wel per keer. De eerste keer (in 1996 geloof ik) had ik
het na afloop helemaal te kwaad. Het kwam veel te dicht bij en het
was te intensief voor waar ik toen was in de verwerking van mijn
verleden. Op de weg terug, naar een barbecue in augustus bij een
broer in Brabant ben ik maar gestopt langs de vluchtstrook voor
een huilbui die niet meer op leek te houden. Daarna heb ik bij
knooppunt Deyl maar de A15 naar het westen genomen, naar huis door
een mist van water, om mijn vriendin te bellen of ze wilde komen.
Als
ik nu kijk hoe het met me is na afloop, zo'n tien jaar later, dan
is dat een wereld van verschil. Naast het 'mannenwerk' heb ik ook
wel andere workshops gedaan, bijv. iets met en Sebastiaanweekend
(wat erg tegen viel, omdat de heren psychologen trachtten met
reeks van opdrachten iedereen over de 'rooie' te helpen) en
therapie. Het mannenwerk is echter in die jaren wel een
terugkerende constante geweest, om er een weekend tussen uit te
zijn, om mijn gevoelige zelf weer terug te vinden en om me op te
laden. Die effecten heeft het steeds gehad. Tijdens het weekend
zelf is het af en toe wel zwaar: "Hoe lang is het nog tot
zondagmiddag 16.00uur?" Het werken aan je zelf 'waar zit je
nu, wat gaat er nu door je heen…?' kan zwaar zijn. Regelmatig
stuit je op een vaag of minder vaag pijnlijk gevoel waar je liever
van wég gaat, dat je liever even snel onderdrukt (zoals in het
echte leven en zoals je van kind af aan is geleerd). Het kost
moeite en durf om bij het pijnlijke gevoel te blijven, er naar te
kijken, het toe te staan om er te mogen zijn , liever nog er
midden in te gaan zitten. Het voelt naakt en kwetsbaar om zo voor
je zelf te kijk te zitten. Maar iedereen zit er hetzelfde bij en
iedereen spreek alleen voor zich zelf. Dat wordt goed bewaakt door
de leiders.
"En
wat nu?" was voor mij in een eerdere workshop al een zeer
welkome en heldere vraag uit de groep. Ik zit hier nu wel met mijn
pijn en verdriet, ik kom er bij, het is zo aanwezig als echte
buikpijn, maar wat nu, hoe lang moet ik zo blijven zitten? Ik had
deze vraag al iets eerder, maar ik dacht het antwoord te kennen:
"..en nu… niets!. Dit is het, probeer bij het gevoel te
blijven, je zult merken dat het langzaam lichter wordt, dat je het
ergens een plek geeft, en daarna langzaam aan zwaarte verliest. Je
zult het mogelijk vaker zo moeten doen, je bent er vaak niet in
een keer vanaf".
Ik
wist het omdat ik het ooit 25 jaar geleden bijna per toeval - en
misschien ook niet zonder risico - zelf heb ervaren. Ik zat in
mijn eerst baan als maatschappelijk werker, en na een half jaar
ziek thuis, omdat alles op me af kwam. Ik durfde nauwelijks meer
de straat op te gaan, laat staan naar mijn werk of met een client
naar de Rechtbank. Ik ontwikkelde alleen op mijn zolderetage, een
radeloze existentiele angst die alsmaar in heftigheid toenam en
als een soort tornado om mij heen leek te groeien. Alle pogingen
om de angst van me af te zetten mislukten, en ik werd steeds
wanhopiger. Ten einde raad bedacht ik me (op basis van het
geleerde principe: "om er uit
te komen moet je er in
gaan zitten") niet langer te verzetten en midden in de hel
van angst te gaan zitten. Dat was eerst afschuwelijk maar ik hield
vol, en langzaamaan werd de angst minder, ik kon er steeds beter
naar kijken, ik kon er steeds beter in blijven, totdat het
fenomeen vrijwel was uitgewoed. Een dergelijke aanval heb ik
daarna nooit meer gehad.
Soms
zijn de leiders in mijn ogen te tolerant. Na zo'n 5 Workshops denk
ik heel goed te weten wat de gehanteerde methodiek is. En m.n.
nieuwkomers zie ik soms meer praten óver hun gevoelens en emoties
maar ze niet werkelijk toelaten en voelen. Tijdens het laatste
weekend zag ik - in de kleine groep - een deelnemer aldus steeds
rakelings langs zijn gevoelens gaan, hij durfde niet of hij kon
het niet. Ik wordt dan ongeduldig omdat ik meen te zien dat er
iets niet goed gaat. In dit geval zag ik dat ook bevestigd omdat
de man bleef praten over gevoelens als ideeën of abstracties,
zoals hij zei dat hij "soms alleen maar liefde voelde, en
even later alleen maar verdriet". Het is niet altijd
eenvoudig om er bij te komen. Maar ik weet dat ik dan maar beter
mijn mond kan houden.
En
dan de grote groep, ja. Het zijn er elke keer wel erg veel in het
begin (zo'n 26 mannen) en voor menigeen is zo'n grote groep een
veelkoppig monster. Je weet nooit wie het vanaf welke plek opeens
op jou gemunt blijkt te hebben, je maar vreemd vindt, je aanvalt
en voor schut zet. Jaren heb ik gedacht dat vooral homo-mannen
daarin uitblonken. Vroeger was ik ook altijd op mijn hoede in
groepen, trok ik bij voorbaat een 'moeilijk' en wat ontoegankelijk
gezicht om anderen af te schrikken of te ontmoedigen.
Tegelijkertijd spiedde ik dan langzaam en onopgemerkt (naar ik
dacht) in het rond, om deelnemers te traceren van wie het echte
gevaar zou kunnen komen: dat zijn er meestal maar een paar, zij
die het nodig hebben om zich snel te manifesteren (als ze te lang
wachten worden ze zelf nerveus) en zij die nog banger zijn dan jij
en juist daarom uit hun slof schieten. Voor deze personen bedenk
je dan zo snel mogelijk een verdedigingslinie of een stevige
altijd toepasbare antwoordzin.
Mijn
eigen 'thema' voor dit laatste weekend was "tot rust
komen" na alle stress, hectiek en buikpijn van het werk.
Tijdens een van de twee-gesprekjes in de grote groep kreeg ik te
horen dat de ander mij daarmee als wat onverschillig beoordeelde.
Het kan vreemd lopen. Hij vond juist dat iedereen er meer dan 100%
voor moest gaan dit weekend. Ik dacht dat hij dat maar voor
zichzelf zo moest invullen, maar niet voor mij.
Het
'tot rust komen' heb ik vooral ingevuld door me in de grote groep
wat afwachtend op te stellen. Er zijn altijd mensen die er niet
tegen kunnen te (moeten) wachten, en daarom maar snel het woord
nemen. In deze situatie dus het woord nemen over 'zichzelf',
hetgeen ik nog altijd wat egocentrisch vind: jezelf zo snel en
klakkeloos in het midden plaatsen, zo ben ik niet opgevoed. Maar
het kan ook het gevolg zijn van de spanning die m.n. in de grote
groep met de tijd wordt opgebouwd. Zelf vind ik het wel prettig om
mezelf een beetje te laten leiden, door de inleiding of de
introductie, een stukje theorie over de (post reality integration
(
PRI) of iets wat erg
herkenbaar is uit de levenservaring van een van de leiders. Hoe
groter de herkenbaarheid hoe beter, bijvoorbeeld een
tussenzinnetje als "Eigenlijk komen we hier in deze
samenstelling bij elkaar, uit alle delen van het land, omdat we
allemaal in meer of mindere mate emotioneel zijn verwaarloosd als
kind. Anders kom je hier niet". Dat is ook een noemer die
iedereen wel herkend: waar komt het vandaan / waarom is het überhaupt
nodig dat je nu als volwassene nog met zaken worstelt (ouders,
vrienden, relaties e.d) vanuit het miskende kind in je zelf?
Ik
weet voor me zelf inmiddels vrij goed hoe het werkt. In reactie op
de emotionele verwaarlozing die mij ten deel is gevallen, heb ik
me (als gevoelig kind) jaren geleden al een soort harnas
aangemeten, dat bestaat uit een houding van afstandelijkheid,
schijnbare onverschilligheid en ook wel arrogantie. In discussies
of gesprekken probeer ik te laten zien dat ik intelligent(er) ben,
meer vanuit mijn eigen levenservaring kan vertellen, maar ik kan
me ook simpel terugtrekken en me verschansen. Stilzwijgend
(oordelend) observeren kan ik ook goed. Tijdens het laatste
weekend heb ik moeten constateren dat ik het afgelopen jaar weer
sterk heb teruggegrepen op oude verdedigingsmechanismen. Ik was,
toe ik er heen reed, het gevoel van mezelf weer grotendeels kwijt
als gevolg van de stress en drukte op het werk, de kritiek die ik
kreeg (maar vooral mezelf toedichtte). Het gevoel het misschien
niet te kunnen……
Bij
mij werkt het dan zo dat de verdedigingsmechanismen me doen
verstarren, me zelf vast zetten als een gespannen veer, niets
stroomt meer behalve mijn eigen lichte vorm van hyperventilatie,
waardoor ik niet meer bij mijn eigen gevoelens kan komen.
's
Avonds thuis lukt het me niet me te ontspannen via meditatie of
iets anders. Er is dan te veel onrust, gejaagdheid en vooral
'denken' om er niet met wat alcohol een deken over te leggen. Maar
drank zet op zo'n moment alles zo mogelijk nog vaster, zo weet ik.
Ik
heb er dit weekend toch nog hard voor moeten werken, met
aanvankelijke letterlijke buikpijn die in de weg leek te zitten om
weer bij mijn echte gevoelens te komen. Soms dacht ik dat het niet
zou lukken en wilde ik me terugtrekken en naar huis gaan. Maar het
helpt als je de situatie lichter kunt maken. Ik herinner me nog
dat ik in de pauze buiten in de zon tegen een deelnemer (Bart, ik
vond hem leuker dan ik wilde toegeven) iets vertelde over de
kleine groep waar ik in zat (zonder namen te noemen). "Ik zit
in een klein groepje met iemand die de methode niet begrijpt, maar
zich wel steeds profileert met een vorm van theatraal lijden. Ik
houd daar niet van. Waarom lijdt hij niet zoals wij allemaal:
rustig in stilte?" Daar kon Bart wel om lachen.
Aan
het einde op zondagmiddag om 16.00uur was het mij alsnog redelijk
zwaar te moede, maar de buikpijn was weg, en ik had duidelijk weer
kontact met mijn gevoelens van dat moment. Bijvoorbeeld met het
verdriet dat 'mijn ouders onbedoeld mij de ruimte tot voelen
hebben ontnomen', dat ze dat met verbaal en psychische geweld
hebben bestreden. Als in het Brabantse gezin waar ik uit vandaan
kom een kind zat te "simmen" of te "sippen"
vroeg mijn vader altijd op norse toon: "Wat is er met
jouw?". Waarop het kind wijselijk antwoordde
"Niets". Waarop mijn vader zei: "Nou, hou dan op
met dat … (gedoe)".
Het
leven is later jarenlang behelpen geweest als het om gevoelens
ging: wat moet je er mee, ze te snel en te sterk wegdrukken dat
heb ik gedaan, om later op een onverwacht moment te merken dat ze
in je zelf letterlijk ontploffen, de woede van buiten naar binnen
richten, omdat je je realiseert dat sommigen reacties te ver gaan
en je slechts verder van huis brengen, om later te horen dat je
'depressief' bent. Om maar een variant te noemen.
Ik
heb zelf het initiatief genomen om op zondagmiddag in de grote
groep (algemene) afscheid te nemen. Ik had weer eens genoeg
geleerd over mezelf en wilde daarmee graag voorlopig alleen zijn.
Dat ging goed. De leiding steunde mijn manier zo weg te gaan, en
voor mij was het een kleine overwinning buiten het mij veilige
vertrouwde 'vierkant' van gedragingen.
Ook
afscheid nemen van een groep heb ik van huis uit nooit geleerd.
Het
'tot rust komen' heb ik ook gedaan door in de groepen er wel bij
te blijven, en niet op jacht te gaan naar iemand die ik misschien
wel erg leuk zou vinden. Ik had het niet nodig, privé al genoeg
relaties lopen in verschillende stadia van ontwikkeling of afbouw,
en ik had het ook niet op kunnen brengen. Deze open en afwachtende
houding is mij heel goed bevallen. Het geeft meer rust, je zegt
tegen jezelf dat niets moet, het laat veel meer gebeuren wat er
spontaan zal gebeuren of niet zal gebeuren. Je komt dan heel
verschillende mannen tegen. Een man die me direct bij de
kennismaking op vrijdagavond een enthousiaste lach toebedeelde
(maar dat ging me even te snel), een ander die me in de loop van
de workshop steeds meer leek te mijden. Wat had ik gedaan, te
kritisch naar hem gekeken bij zijn uitspraken?, niet gereageerd op
een toenaderingspoging?, ik wist het niet, maar ik hoefde het niet
te weten. Het was goed zo.
Gerard,
21 april 2007.
|