In
het mannenwerk magazine aandacht voor bemoediging, kracht, inspiratie en
bezieling.
Behalve nieuws over
onze activiteiten, schrijven gasten, collega's, deelnemers, en een paar vaste
medewerkers regelmatig
teksten in de geest van wat het mannenwerk uitdraagt.
Het
Mannenwerk Magazine in full colour
is verschenen in een geprinte
versie. Dit is een eenmalige uitgave in 2012.
Donateurs
in 2012 van Stichting Mannenwerk krijgen dit magazine gratis
thuis bezorgd.
Voor 15 euro
(of meer) ben je al donateur en ondersteun je financieel ons
werk. Wij gebruiken je bijdrage om bekendheid te geven aan het
mannenwerk door middel van internet, onze website, advertenties
in kranten en tijdschriften, mailings en flyers.
losse
verkoop €10,-
(+
€ 2,50 -verzendkosten)
Met
dit bedrag steun je mannenwerk
Steeds meer
mannen weten daardoor de weg te vinden naar het
mannenwerk. Met als doel: richting te geven aan je leven en
in meer vrijheid stappen te zetten. Om met hart en ziel te
kunnen doen wat jou in de wereld te doen staat!
Vul
hieronder het formulier in en je ontvangt het Mannenwerk
Magazine bij je thuis
‘Vrij
naar de schrijver /spiritueel leraar Ram Dass’
Ik
ben geborenin
de jaren vijftig als jongste van een arbeidersgezin met acht
kinderen. Een ‘nakomertje’ in een gezin waar alle patronen van
hoe er met elkaar werd omgegaan al vast lagen. Het was een groot,
heftig en chaotisch gezin in een veel te klein huis. Ik vond
nauwelijks aansluiting bij het leven van mijn oudere broers en
zussen. Een deel van mij hing voortdurend de clown uit om aandacht
te trekken. Een ander deel trok zich terug en creëerde een eigen
fantasiewereld.
Je
familie, het gezin waarin je bent opgegroeid, is de eerste groep
mensen waarbinnen je je gedrag ontwikkelt. Wat je als kind binnen
je familie leert over de omgang met mensen, is bepalend voor de
rest van je leven.
En andersom is het ook waar wat actrice Shirley MacLaine ooit eens
heeft gezegd: dat al het werk wat je doet op het gebied van
persoonlijke groei en bewustzijn, het lastigst toe te passen is in
het contact met je eigen familie.
In onze vroege jeugd nemen we onbewust belangrijke besluiten
waarop we ons verdere leven baseren. Besluiten die vaak zijn terug
te voeren op vertrouwen (of gebrek daaraan) in de ander en in
jezelf. Later als je groot bent spelen in allerlei groepen
(school, sport, vrienden, clubs, werk, etc.), vaak dezelfde
mechanismen als toen in het contact met je familie.
En elke groep waarin je verkeert kan je weer bewust maken van die
mechanismen. Bij voorbeeld: je neiging om je terug te trekken, om
af te wachten, of om juist op te vallen, heel erg goed je best te
doen, behulpzaam te zijn, of juist strijd aan te gaan met anderen
in de groep, je aan anderen te ergeren, of onverschillig te
worden, enzovoorts.Allemaal
manieren om je als kind te handhaven in een groep, in je familie.
En als volwassene schiet je vaak nog automatisch in het zelfde
gedrag. Terwijl er in het hier en nu meestal niet echt iets
aan de hand
is waartegen je je zou moeten beschermen om te overleven. Als
volwassene ben je veel vrijer dan je vaak denkt. Zelfs in
situaties waarin je overgeleverd lijkt
aan de omstandigheden.
In mijn gewone doen zit ik meestal boordevol ideeën, zie overal
mogelijkheden, maak voortdurend plannen om iets nieuws te creëren.
Die tomeloze energie is nu voor een half jaar aangetast omdat ik
me, om de week, drie dagen lang laat aansluiten op zakken vol
chemische vloeistoffen. Ik geef me over aan een intensieve
chemokuur om achtergebleven kankercellen te vernietigen. Het gif
komt binnen via een klein kastje, onderhuids vlakbij mijn hart, en
sijpelt hier mijn aderen in. Na een zes uur durende toediening in
het ziekenhuis, word ik aangesloten op een heupflesje waarmee ik
gewoon naar huis kan en de dingen doen die ik gewend ben om te
doen.
Ik heb maar besloten om het niet als een strijd te zien. Niet een
gevecht tegen iets in mezelf. Meer als een samenwerking van mijn
lichaam en mijn geest met de medicijnen. En niet onbelangrijk
daarbij: hoop op een dosis geluk!
Ik heb nu een aantal kuren in mijn lijf zitten. Een goede vriend
vergeleek me laatst met een wandelende fles bleekwater, die
uiteindelijk zo bij de chemokar kan! (het wordt er wel schoon van,
dat wel!). De feitelijke lichamelijke reacties zijn nogal
wisselend; soms voel
ik meletterlijk en
figuurlijk kapot gemaakt van binnen. Dan is er vermoeidheid,
misselijkheid, smaakverlies. Soms kan ik mijn ene been niet voor
het andere zetten. Een aantal keren kon ik het stuur van mijn
fiets niet vasthouden vanwege zenuwtintelingen in mijn handen. Een
keer was ik korte tijd half blind van een koud windje op mijn
ogen. Regelmatig heb ik last van krampen. Maar meestal is het
redelijk goed te doen. Wat het soms zwaar maakt is het lijden dat
ik vrees: mijn gedachten aan het vooruitzicht dat mijn energie met
elke kuur nog meer aangetast zal worden.
Ik
ben in de loop der jaren gehecht geraakt aan hard en veel werken,
aan mijn tomeloze energie, aan het voortdurend iets moeten creëren.
Alsof iets in mij nog steeds bezig is de chaos en de heftigheid
van mijn gezin van herkomst te bezweren. Door
alsmaar bezig te zijn houd ik de illusie in stand dat ik mijn
leven onder controle heb. Alsof dat nog steeds nodig zou zijn! En
alsof dat sowieso mogelijk zou zijn!
In
deze periode van mijn leven kom ik, ook letterlijk, mijn familie
weer tegen. Ze leven intens met me mee. Ondanks dat ik daar met
volle teugen van geniet, brengt het me ook weer in contact met de
heftige verhalen van vroeger: over verloren raken in de chaos,
over niet gezien en niet gehoord worden. Voor
ik het weet ben ik weer ‘thuis’ in die kleine ruimte van toen.
Ook hier sijpelt er op een bepaalde manier ‘gif’ mee waardoor
ik innerlijk soms weer ‘kleingeestig’ reageer. Ik zie bij
voorbeeld in mijzelf het eigenaardige genoegen om me te willen
vastbijten in gedoe rondom mijn oudste zus, waarbij we allebei ons
gelijk willen halen in een bepaalde kwestie. Terwijl ik eigenlijk
alleen maar stil hoef te staan bij hoe pijnlijk dat alleen gelaten
gevoel voor mij als kind geweest is. Als ik dat doe verdwijnt
onmiddellijk mijn boosheid en gekwetst zijn. Dat was toen. Ik voel
mezelf weer mild worden en kan zien dat ook mijn oudste zuster
waarschijnlijk in een zelfde soort oud verhaal gevangen zit. En ik
weet maar al te goed hoe lastig het vaak is om onderscheid te
maken tussen toen en nu.
Ondanks al mijn ervaring kom ik iedere keer weer de zelfde dingen
in een andere vorm tegen. ‘Houdt het dan nooit op?!‘ Blijkbaar
niet! Zolang we leven komen we onszelf tegen. Door zo nu en dan
stil te staan en naar deze dingen te kijken, en daarbij durven te
voelen wat we voelen, verdiepen we ons leven, vergroten we onze
ruimte en onze vrijheid. Dat is volgens mij van levensbelang! Voor
onszelf, en daarmee voor de hele mensenfamilie waar we deel van
uitmaken.
Mijn
belangrijkste klusje is nu: aanvaarden dat ik voorlopig nog maar
de helft kan doen van wat ik gewend ben te doen. ‘s Middags ga
ik vaak even op de bank liggen. Een dvdtje kijken. En meestal val
ik dan in een diepe, lange slaap.Relax, nothing is under
control!
Johan
van Breukelen Beeldend kunstenaar &
Workshopleider
bij Stichting Mannenwerk. Hij is sinds 1984 verbonden aan het mannenwerk.
Meer
dan 25
jaar training en ervaring in het leiden van groepen rondom bewust
zijn in het hier en nu, contact maken en het creatief vormgeven
van je eigen leven.
Daarnaast
werkt hijfreelance als
'coach' bij
verschillende projecten waarbijbedrijven,
organisaties en individuen ondersteund worden bij verandering.
Voor
'het magazine' op deze website schrijven een aantal vaste
medewerkers regelmatig een tekst in de geest van wat het
mannenwerk uitdraagt. Van Johan verscheen tot nu toe;