Gratis kaart ontvangen

Home Stichting Mannenwerk, bestuur, medewerkers, geschiedenis Agenda 2010 met info over meerdaaagse workshops en avondsupportgroepen Nieuwsbrief, het laatste nieuws van Stichting Mannenwerk Magazine met actuele verhalen Mannenlinks, webadressen voor de man van NU! Contact met Stichting Mannenwerk   Home Search Contact Us
Magazine 1 Magazine 2 Magazine 3 Magazine 4 Magazine 5Magazine 6
 
 

Magazine 6 

ZOMER 2010

Drie vragen aan Jens van Tricht

De handen van Pa

Soms vriest het en som dooit het

Homoseksualiteit; een roeping!

Drie vragen aan Fatima Elatik

We are stardust

Vader, zonder functie

GaySoul

Drie vragen aan Jan Andreae

Relax, nothing is under control!

De hardcore business van Mannenwerk

Alles is een oproep om te functioneren

Onze man in Afrika

De kunst van het Mannenwerk

Ogen zijn blind kijk met je hart

Niets moet Alles mag!

Vaderschap & Homoseksualiteit

Mannenwerk 30 jaar geschiedenis

Tijd voor de man van NU

A Jihad for love

Het mannenweekend van Kai

Pater van Kilsdonk

Afgelopen weekend en Nu?
Teksten ter inspiratie
Trio Thijs

 


Mailinglist

Wil je op de hoogte blijven van onze activiteiten. Vul dan hier je naam en mail adres in. 

 

 

  

in uit

      

 

 

"Homoseksualiteit is geen afwijking of stoornis, 

maar een vondst van de Schepper".

foto©Sjaak Ramakers

 

Pater Jan van Kilsdonk

19 maart 1917 - 1 juli 2008 

 


Pater Jan van Kilsdonk SJ heeft tientallen jaren krachtige ondersteuning geboden aan honderden Amsterdamse homo’s die problemen ondervonden bij hun coming-out. Hij wist als geen ander (vaak gelovige) ouders te bewegen respect te ontwikkelen voor de seksuele voorkeur van hun kind. Als studentenpastor werkte Van Kilsdonk niet vanuit een kantoor, maar was op de plekken waar homo’s kwamen, in de kroegen. Hij nam in 1982 al afscheid als studentenpastor, maar heeft in de jaren daarna ook heel veel steun geboden aan mensen met aids. 

 

 

interview met Pater van Kilsdonk verscheen in het jubileum magazine 2004 en is gemaakt door Vivan Mell

 

Vele mannen in de homoscene van Amsterdams en daarbuiten hebben een goede herinnering aan Pater Jezuïet Jan Van Kilsdonk. De een omdat hij een goed gesprek met hem heeft kunnen voeren, de ander omdat hij de eerste man was die op hem afkwam die “niets van hem wilde”. Voor de redactie van Magazine.nl stond de pater dan ook al een tijdje op de verlanglijst om een gesprek mee te voeren. Aan de hand van de vragen naar bezieling en kracht en wat mannen nodig hebben en wat ze doen staat werd het een gesprek over het milieu waarin hij opgroeide, over (on)bewust keuzes maken, levenslang blijven leren en zijn motivatie om zich nadrukkelijk met homoseksuele en lesbische studenten bezig te houden.

 

"Ik ben mateloos ontroerbaar door mensen. Mensen zijn voor mij heel boeiend en inspirerend. Ik ben natuurlijk niet getrouwd, heb geen kinderen en ik ben mijn hele leven celibatair. Ik denk dat ik mijn energie daarom heel anders en daarom op mensen richt. Overigens denk ik dat het celibaat voor pastoraal werkers in dit tijdsbestek helemaal is achterhaald”.

Aan het woord is Pater Jan van Kilsdonk over zijn bezieling en zijn kracht. En over de eeuwenoude gemeenschap waar hij opgroeide.

door Vivan Mell 

Het zevenhonderd jaar oude katholieke Brabantse dorp Zeeland was een gesloten gemeenschap. Iedereen was afhankelijk van iedereen. De molenaar van de boer, de boer van de landarbeiders, de slager van de boer net zoals de notaris ook van de boer, molenaar en landarbeider afhankelijk was”.

In dat milieu kwam in 1917 Pater Jan Van Kilsdonk ter wereld als zoon van een in goede doen verkerende molenaar. Pa was de trotse eigenaar van drie molens. Het gezin telde slechts drie zonen. Voor een goed katholiek gezin in het begin van de vorige eeuw was dat uitzonderlijk. Grote gezinnen met tien of meer kinderen waren  de norm. 

Zuster had ik niet, mijn moeder was ziekelijk en is vrij jong gestorven, daarom is het gezin zo klein gebleven”.

Molenaar worden zoals zijn vader en voorvaderen zat er voor hem en zijn broers niet in. Zijn vader schatte de gevolgen van opkomende mechanisatie goed in en voorzag het uitsterven van het molenaarsberoep. Tegen zijn zonen zei hij dan ook dat molenaar worden er voor hen niet meer in zou zitten. Ze moesten maar gaan leren om later de kost te kunnen verdienen.

Ik vond het niet zo bedroevend dat ik geen molenaar kon worden om dat ik erg studaxs (studiebol, nerd. (Red.) ben aangelegd. Mijn vader had weliswaar geen hoge academische idealen voor ons, toch betekende het dat we, om naar een middelbare school te kunnen, na de lagere school naar een kostschool moesten. Voor de tweede wereldoorlog waren er namelijk nauwelijks middelbare scholen in Nederland. Bovendien was bij de burgerij en hogere standen in die tijd het internaat een heel gewaarde instelling”.

Het werd onder andere een internaat in Nijmegen. Van de drie jongens in het gezin Van Kilsdonk  was hij de enige die graag en veel las.

Ik had als jongen van 17 jaar zeker voor zo”n 2000 gulden aan boeken. Ik had boeken van Henriëtte Roland Holst, en het hele werk van Herman Gorter, werk van PC Hooft en andere Nederlandse schrijvers en dichters. Ik was helemaal weg van de Nederlandse dichters. Dat lag nou eenmaal in mijn aard. Ik ontwikkelde in die periode ook een interesse om monnik te worden, maar dan sterk intellectueel. Na een zeker beraad heb ik me bij de jezuïeten aangesloten. Ik was toen zo”n jaar of 18”.

Zijn keuze om naar het seminarium te gaan en priester te worden is niet ingegeven door druk uit zijn sociale omgeving. In tegendeel zelfs stelt Van Kilsdonk. Zijn antwoordt laat echter wel ruimte voor twijfel:

Er is bepaald geen druk op mij uitgeoefend om naar het seminarie  te gaan of om priester te worden. Zoiets kwam in Brabant niet voor. Althans, met zekerheid kan ik er niets over zeggen. Ik heb er nooit iets van gemerkt. Bij mij was dat absoluut niet het geval. In mijn familie ben ik de eerste en de laatste priester.”

Vader Van Kilsdonk was een heel plezierig gelovig mens, maar praten over god vond hij aanstellerij. Hij vond het akelig en heeft het ook nooit begrepen dat zijn zoon Jezuiet is worden. Deze orde vond hij hautain, elitair en hooghartig. Als hij dan toch priester wilde worden had hij het kunnen begrijpen als hij zich bij de kapucijnen had aangesloten. Invloed op zijn relatie heeft zijn keuze voor de jezuïeten overigens niet gehad. Die was en bleef, zoals de pater dat noemt, “uiterst sympathiek”

Studeren en leren van zijn ontmoetingen met mensen is een positieve factor in zijn leven geweest, hij deed dat graag. Tijdens de vele retraites die hij aan priesters heeft gegeven legde hij daar altijd de nadruk op. Vooral als hij merkte dat een priester zich niet meer ontwikkelde klonk op een gegeven moment altijd de waarschuwing:

”U moet wel levenslang blijven studeren!”. Want dat was vaak niet het geval.

Een ander belangrijk punt wat hij altijd voorhield tijdens een retraite was dat het van groot belang was in een pastorale relatie om je niet voor te laten staan op je kennis of geleerdheid:

Als het duidelijk merkbaar is dat je meer dan Mavo hebt en hoog opgeleid bent, ben je verkeerd bezig. Dat is niet communicatief Het betekend overigens niet dat je als pater een geleerde moet zijn, daar moet je ook de aanleg voor hebben. Je moet echter wel voortdurend studeren en bij de tijd blijven. Dat is nodig om het geschrift te kunnen blijven vertalen naar de huidige steeds veranderende maatschappij. Anders wordt je voorspelbaar, saai en clichématig”.

Als voorbeeld haalt Van Kilsdonk Lucas 15 aan dat handelt over de verloren boerenzoon die bij zijn terugkeer naar het ouderlijk huis door zijn vader met open armen wordt ontvangen.

Het dat verhaal van Lucas 15 droog wordt voorgelezen en afgeraffeld, dan is het saai. Wordt het benaderd en uitdragen als het meesterwerk van literaire kunst dat het is, is de toehoorder steeds verbaasd dat de verloren zoon zo met open armen door de vader werd ontvangen“

Een vraag van mij waar hij zijn motivatie, kracht en bezieling vandaan haalt spits Van Kilsdonk toe op zijn werk met homoseksuele mannen en lesbische vrouwen. Hij vertelt dat hij op dat punt een grote laatbloeier is. Voor zijn dertigste heeft hij nooit bewust met homoseksuele mannen gesproken. Hij had, net als vele anderen op dit punt totaal geen oog voor de sensibiliteit van zijn leerlingen. Dat veranderde toe hij zo’n vier jaar godsdienst leraar was in de hogere klassen van het Sint Ignatius College. De ommekeer kwam toen een oud leerling, over wie hij zijdelings had vernomen dat hij homo zou zijn, suïcide pleegde.

Dat heeft mij toen ontzettend aangegrepen. Die jongen die liet een dagboek na waarin hij een aantal leraren beschreef, waaronder ik. Hij beschreef ons, op een overigens niet vijandige of agressieve wijze, als totaal naïef en ongevoelig voor die problematiek. Dat heeft mij wel de ogen geopend. Ik was echt oprecht verbaasd dat ik daar, zelfs als godsdienst leraar, geen aandacht voor heb gehad. Enige tijd later heb ik eerst een paar lesbische meisjes leren kennen. Ik ben bij hun ouders geweest en heb gesprekken met hun gevoerd en leerde het begrijpen en kreeg inzicht hoe dat zat. Toen zijn mijn ogen open gegaan en kreeg ik er aandacht voor“.

Daarna verontschuldigt Pater Van Kilsdonk zich en vertelt dat hij er in zijn jeugd niet mee in aanraking was gekomen omdat hij veel studeerde en weinig contact had met leeftijdgenoten. Uit boeken wist hij best wel dat het bestond. Maar uit boeken wist hij zo veel, ook dat er misdadigers bestonden en schatrijke mensen. Die had hij in zijn jeugd ook niet in zijn omgeving.

Oog voor homoseksualiteit heeft Jan Van Kilsdonk trouwens niet wezenlijk ontwikkeld in de 10 jaar dat hij leraar was. Hij kreeg wel contact met een enkele leerling die er met hem over sprak. Dat veranderde toen hij in 1959 studentenpastor werd en daardoor veel in de universitaire wereld verkeerde. De onlangs overleden oud minister Diepenhorst, die in die tijd rector was van de Vrije Universiteit, zag kennelijk wat in hem en bood hem een werkkamer aan in op de VU. Dat eervolle aanbod sloeg hij af omdat hij liever “in het wild” wilde werken en contact met jonge mensen leggen op studentenflats en andere gelegenheden zoals in een kroeg of een sociëteit.

Zeker toen ik in de vijftig was kwam ik vijf avonden per week in een studentenflat. Op maandag-avond in Uilenstede, dinsdag Diemen en  donderdag Zilverberg in noord. Ik werkte toen samen met een studenten-dokter en een psycholoog van de Universiteit van Amsterdam. Onze bedoeling was om op een positieve manier de emancipatie te bevorderen van de homoseksuele student. Op een gegeven moment kwamen we op het idee om een groot feest te organiseren voor homoseksuele studenten. “Akhnaton” in Amsterdam stelde hun ruimte ter beschikking. Op de eerste avond kwamen ruim 300 jongens af. Dat heeft zich later nog eens herhaald en waren er zelfs studenten uit Utrecht en Leiden.

Op zulke avonden was hij altijd aanwezig en liep daar tussendoor en soms ook tussen dansende paren waarvan hij sommigen al langer kende maar niet wist dat ze homo waren. Het ging allemaal spontaan. In die tijd begon hij ook “De Schakel”, de sociëteit van het COC in Amsterdam, binnen te lopen. Hij werd daar een bekende verschijning. Op een gegeven moment vroeg de portier altijd of hij zijn jas mocht aannemen. Hij beschouwt dat nog steeds als eerbetoon van dat milieu voor zijn belangstelling, openheid en nabijheid. Men wist immers dat hij een beschaafde en ontvangende man was.

Ik merk dan op dat het van groot belang is geweest  dat iemand uit katholieke kringen belangstelling toonde. Van Kilsdonk:

 Het is nooit iets exclusiefs geweest, die indruk is verkeerd. Maar wat wel aan de hand was dat als je in die kringen respect, eerbied en aandacht had voor lesbische vrouwen en homoseksuele mannen, dan krijgt men kennelijk al snel de indruk dat je exclusief bent. Dat was helemaal niet zo. Wat er aan de hand was dat binnen een aantal jaren de hele studentenwereld wist dat ik open en op den duur ook enigszins deskundig was in de wereld van seksuele minderheden”.

Over pedofilie weet hij overigens maar bar weinig zegt hij vervolgens. Hij kent er wel een paar maar is er toch niet erg in thuis en wil er, om geen fouten te maken, geen uitspraken over doen. Hij denkt trouwens dat veel mensen, onder wie journalisten, er wel fouten en vergissingen in maken.

Ons gesprek ontwikkelt zich in de richting van het gevoelsleven van mannen. Dan poneer ik de stelling dat de westerse man slecht met zijn gevoelsleven omgaat. Hen wordt immers van jongst af aan geleerd dat “een flinke jongen niet mag huilen”. Opnieuw reageert Van Kilsdonk met de wijsheid van een man met veel levenservaring

 Ik ken een heleboel mannen die er erg onder lijden dat zij niets voelen, en zeggen: “had ik het maar meer”. Wat ik aan ze merk is dat zij er erg mee zitten, in hun grenzen gevangen zijn en pijn hebben om dat gemis aan gevoel. Een psychiater met enig talent is voor die mannen goud waard, onbetaalbaar. Een therapeut moet overigens in eerste instantie echt betrokkenheid voelen, en die ook echt kunnen tonen. Alleen met een academische scholing kom je er niet.”.

Verrassend genoeg zegt hij vervolgens met een scherpe toon  dat er in die sector veel te veel psychiaters zijn die alleen maar dure woorden gebruiken en met een air dingen zeggen als: “ja, dat komt door uw achtergrond” of “u kunt er niets aan doen” en “u bent wie u bent”

Feitelijk wordt daarmee gezegd: “u kunt niet veranderen”. Alsof een mens een optelsom is van de combinatie van de vader en moeder. Een mens zit ongelooflijk veel gecompliceerder in elkaar dan dat”.

Vivan Mell

 

 

 

mannenwerk zomer magazine met o.a. Jens van Tricht, recencie trio thijs door Joan de Roos, de handen van Pa een liefdeslied. Een verhaal van Vivan en info over de workshop seksualiteit en innerlijke vrijheid.

Mannenwerk Magazine April-Mei; met o.a. interview Fatima Elatik, nieuwe verhalen van Martin Brans, Vivan Mell en Johan van Breukelen, ervaringsverhalen n.a.v. de Gaysoul workshop van o.a .Stan en Jan en meer nieuws over activiteiten van Stichting Mannenwerk

 

De medewerkers

van Stichting Mannenwerk schrijven met regelmaat in de geest van het mannenwerk.

 

 

Robbert Overmeer

Robbert Overmeer

 

 

Johan van Breukelen

Johan van Breukelen

 

 

Vivan Mell

Vivan Mell

 

Martin Brans

Martin Brans

 

Hendrik Grashuis

Hendrik Grashuis

 

Walter van Ruitenbeek

Edgard Geurink

 

Onze man in Afrika

Walter van Ruitenbeek

Walter van Ruitenbeek

 

 

 

 

 

 
2010 © Stichting Mannenwerk