|
'Voor donorvaders kan de afstand die ze hebben tot hun kind
enorm pijnlijk zijn, zegt
Hendrik Grashuis van
de
Stichting Mannenwerk
, een organisatie die ook regelmatig bijeenkomsten organiseert
voor donors die worstelen met hun vadergevoelens. “Vrouwen
zoeken vaak geen vader voor hun kind, maar zaad. Donors zijn toch
een beetje een noodzakelijk kwaad.”
Vrouwen
die geen man hebben maar wel een kind willen, vinden hun zaad via
internet.
Van de spermadonor
verwachten zij vaak niet meer dan ‘een vaderrol op afstand.’
Maar steeds meer donors willen vorm geven aan hun vaderschap. En
dat gaat wringen.
“Kijk,
dit is mijn dochter Sanne”, zegt Gerrit (37), ergens in een
wegrestaurant langs de A12.
Twee
is Sanne
nu en Gerrit
heeft altijd een mapje met foto’s van haar bij zich. Sanne in
bad, Sanne in de zandbak, Sanne met haar moeders, Sanne op de rode
hobbelpaardtractor die Gerrit voor haar maakte.
Achterin
het mapje zit een foto van Gerrit als baby. Het moet gezegd:
Gerrits dochter lijkt sprekend op hem. Dezelfde vorm gezicht,
dezelfde kleur blauwe ogen, dezelfde bolle wangen.
Je
kunt wel zien dat ze van mijn bouwstenen is gemaakt hè”, zegt
Gerrit trots.
Drie
jaar geleden besloot Gerrit spermadonor te worden. Hij was al
bloeddonor en hoorde over het grote tekort aan spermadonoren.
Gerrit: “Ik dacht: waarom zou ik niet helpen? Ik ben gaan surfen
op internet en ontdekte hoe
groot de nood
was.” Gerrit mailde een lesbisch koppel dat op zoek was naar
‘een vader op afstand.’ Na een gezellige avond in een café
was het rond. Gerrit zou doneren en de moeders zouden het kind
opvoeden. Omdat de moeders het wel belangrijk vonden dat hun kind
zou weten wie de vader was, werd in het donorcontract vastgelegd
dat Gerrit ‘drie contactmomenten’ per jaar zou krijgen.
Gerrit: “Dat vond ik prima.” Pas toen een
van de moeders
zwanger was, begon Gerrit na te denken over de vraag wat het voor
hem betekende om vader te worden. “Ik merkte dat ik betrokken
wilde zijn bij de zwangerschap. Het idee dat ik vader zou worden
deed me meer dan ik had verwacht. Twee weken voor de bevalling
sliep ik niet meer. Ik droomde elke nacht over mijn kind en was
constant bezig met de vraag of alles wel goed zou gaan. Toen Sanne
was geboren, wilde ik het liefst meteen in de auto springen. Maar
de moeders nodigden me pas uit voor die week erna.”
Zonder
zaad geen kind. Maar vrouwen met een kinderwens zitten lang niet
altijd te wachten op een actieve vaderrol van een
‘zaadleverancier’ als Gerrit. Op sites als bam-mam.nl,
meerdanwenst.nl en stilverlangen.nl zijn honderden oproepjes te vinden
van vrouwen
die een kind willen, maar voor de vader hebben zij – hoewel er
ook vrouwen zijn die een wannabe
papa zoeken, meestal geen grote rol in petto. Zo schrijft Anne69
op bam-mam.nl: Het is mijn keuze om het kind alleen op te voeden. De vader hoeft dan
ook niet bij te dragen
aan de opvoeding
/kosten van het kind. Manuela en Chantal zoeken via
meerdangewenst.nl naar een
vader met een bescheiden rol in het leventje van hun kind. Twee
andere vrouwen zoeken een gulle
of altruïstische man die verder geen verantwoordelijkheid wil.
Meestal
blijft de donor een soort anonieme en onbekende figuur op de
achtergrond. In de media zijn genoeg verhalen te lezen over
BAM-moeders – bewust alleenstaande moeders en lesbische vrouwen
die een kind krijgen, maar over spermadonoren hoor je zelden iets.
Toch willen zij volgens de specialisten op dit terrein steeds
vaker een actieve vaderrol. Zo ook Gerrit. Vanwege zijn sterke
vadergevoelens is het aantal bezoekjes aan zijn dochter inmiddels
– in samenspraak met de moeders – opgeschroefd naar vijf per
jaar, maar een weekendje logeren zit er bijvoorbeeld niet in. Een
enkele keer mag Gerrit mee met een uitstapje – zo is hij laatst
met de moeders en zijn dochter naar de kinderboerderij geweest.
Ook krijgt hij soms wat foto’s via de mail: van het eerste
tandje van Sanne bijvoorbeeld. Maar als vader willen de moeders
hem niet zien. Gerrit: “Ik ben donor, meer niet. Sanne noemt me
ook geen pappa, maar Gerrit.”
Gelukkig
hebben de moeders wel begrip voor zijn gevoelens, zegt Gerrit.
“Ze vinden het ook leuk dat hun dochter weet wie haar vader is.
Maar ze zeggen ook: ‘Wij hebben niet voor co-ouderschap gekozen.
We willen het samen doen.’ Daar moet ik me bij neerleggen.
Natuurlijk zou ik via de rechter een omgangsregeling kunnen
afdwingen, maar in wat voor situatie beland je dan? Ik wil geen
ruzie krijgen met de moeders en het risico lopen dat ik mijn
dochter niet meer mag zien. Ik zou dolgraag willen dat Sanne
bijvoorbeeld een keer een weekendje bij mij komt, maar dat willen
de moeders niet. Ik hoop maar dat ik in de toekomst een sterkere
band met mijn dochter kan opbouwen. Sanne bijvoorbeeld zelf een
keer zegt: ‘Ik wil naar Gerrit toe.’
Donors als
Gerrit zijn
een trend, zegt advocate Wilma Eusman, die in de afgelopen jaren
zo’n vierhonderd adoptiezaken deed voor lesbische stellen en
zodoende veel met spermadonors te maken krijgt. Volgens haar past
de ontwikkeling bij het huidige klimaat in Nederland, waarin
steeds meer waarde wordt gehecht
aan de rol van
de vader. “Het gedeeld ouderschap dat ouders tegenwoordig
krijgen na een scheiding, het ouderschapsplan dat ze moeten maken:
het zijn allemaal voorbeelden
van de grotere
rol die vaders hebben gekregen. Die ontwikkelingen zie je ook
terug bij donorvaders. Ze willen niet meer alleen het zaad
leveren.”
Daarbij
zijn spermadonors volgens haar steeds jonger. “Ik ben zelf
lesbisch en heb een kind van zeventien van een donor. Vroeger werd
er altijd gezegd: je kunt beter een oudere man nemen die al
kinderen heeft. Die weet wat het betekent om vader te worden. Maar
tegenwoordig zie je steeds meer jonge spermadonoren die nog geen
vader zijn. Vooraf kunnen ze niet overzien welke gevoelens dat in
hen losmaakt. Als ze zo’n kindje dan eenmaal in hun armen hebben
denken ze: oh, wat schattig. En willen ze opeens ook een rol in de
opvoeding.”
Over
de motieven van spermadonors is niet veel bekend: er is nooit
onderzoek naar gedaan.
Van mannen
die sperma doneren bij spermabanken is bekend dat ze dit vaak doen
omdat ze in hun omgeving hebben gezien tot wat voor lijdensweg
onvruchtbaarheid kan leiden, maar de meeste vrouwen vinden hun
donor tegenwoordig niet meer via de spermabank maar via internet
– Wilma Eusman schat dat 75 procent
van de zwangerschappen op
die manier tot stand komen. De wachtlijsten bij de klinieken zijn
lang en bovendien willen deze lang niet altijd alleenstaande en
lesbische vrouwen helpen. Een donor uit de vriendenkring of via
internet is dan de enige optie. Over deze groep donoren is weinig
meer bekend dan de teksten waarmee ze zichzelf aanprijzen op
internet. Uit meer dan een lijstje van hobby’s (sportief
type, houd van wandelen en reizen), goede bedoelingen (ik wil jou helpen je droom waar te maken), uiterlijke kenmerken (blond,
blauwe ogen) en kwaliteit van het zaad (
vrij van HIV
en soa’s) bestaan
deze meestal niet.
Gerrit
zegt niet voor het donorschap te hebben gekozen omdat hij diep in
zijn hart graag vader wilde worden. “Daar werd ik me pas van
bewust toen het eenmaal zo ver was.” Het liefst zou hij zelf een
gezin stichten, weet hij nu, maar tot nu toe is hij de juiste
vrouw niet tegengekomen. “Als ik het over kon doen, zou ik voor
een vrouw kiezen die wel een vader voor haar kind wil. Maar
daarvoor is het nu te laat. Ik neem de moeders niks kwalijk; ik
heb zelf toegestemd met deze constructie. Ik snap ook dat ze mijn
vadergevoelens lastig vinden. Maar het frustreert wel. Ik kijk
elke dag even naar de foto van Sanne die naast mijn bed staat.
Mijn moeder zou haar graag een keer ontmoeten. Soms denk ik: kon
ik maar eens spontaan bij Sanne langsgaan. Al kan ik haar maar
vijf minuten vasthouden. Maar die behoefte durf ik niet aan te
kaarten bij de moeders.”
Homo’s weten vaak wel vooraf dat ze graag vader willen worden.
Donor worden biedt hen die kans. Nam je vroeger als homo
automatisch afstand van het vaderschap, tegenwoordig willen ook
homo’s zorgen en dromen zij er net als lesbische vrouwen van om
een kind op te voeden. Ook Robbert (45) werd om die reden donor.
Samen met zijn partner heeft hij inmiddels drie kinderen bij een
lesbisch koppel, dat ze leerden kennen via een advertentie in de
Gay-krant. Afspraken over de vaderrol
van de donors
maakten de twee stellen vooraf niet. Robbert: “Ik was zo blij
dat ik de kans kreeg om vader te worden dat ik dacht: we zien wel.
Ik had de neiging om de wensen
van de moeders te
volgen en niet moeilijk te doen. De moeders zochten naar een vader
op afstand, maar ik hoopte dat mijn partner en ik toch een rol in
de opvoeding konden spelen. Dat groeit wel, dacht ik.”
Robbert
vertelt zijn verhaal in zijn woonkamer in een dorpje in Brabant.
In de hoek staat een laag kindertafeltje met daarop boekjes en
speelgoed. In de open kasten staan lijstjes met foto’
s van zijn
kinderen – negen, zes en twee zijn ze inmiddels. In eerste
instantie leek alles tussen de twee stellen rozengeur en
maneschijn. De moeders betrokken
Robbert en zijn
partner bij de zwangerschap, na de bevalling stonden zij voor de
familie beschuit en muisjes te smeren en de deur stond altijd voor
hen open.
Robbert en zijn
partner kregen een steeds grotere vaderrol. Ze veranderden voor de
kinderen van baan, verhuisden naar de woonplaats
van de moeders en
namen elke woensdagmiddag de zorg voor de kinderen op zich. In het
weekend kwamen ze soms logeren, als vaders mochten ze mee naar
ouderavonden op school en van verjaardagsfeestjes maakten ze
gezamenlijk een groot feest.
Toch
ging het mis. Gerrit: “Een jaar nadat de jongste was geboren
deden
de moeders de deur op
slot. De kinderen komen nog steeds elke woensdagmiddag, maar
verder worden we nergens meer bij betrokken. Zo kookten we altijd
op woensdag voor de moeders, maar opeens wilden ze dat niet meer.
Bij verjaardagen mogen we nu ’s avonds om 19.00 uur, als
iedereen weg is, snel even langskomen, terwijl we eerst zelfs
meegingen bij het uitdelen op school.”
Waarom
de moeders de deur
hebben dichtgedaan is, is voor Robbert een groot raadsel. Er was
een akkefietje, dat wel, maar voorheen konden ze altijd alles met
elkaar bespreken –
nu niet. Robbert
: “Op slechte momenten denk ik: de buiten is voor hen binnen. Ze
hebben ons niet meer nodig. Eigenlijk denk ik dat ze het altijd
liever met z’n tweeën hebben willen doen. Misschien zijn wij
jaren over hun grenzen gegaan met ons enthousiasme en de pannen
eten die we aanvoerden.” Dat hij nog maar zo weinig contact
heeft met de kinderen vindt hij moeilijk. “In feite zijn we in
een soort gescheiden ouders-situatie beland, met alle problemen
die daar bijhoren. Mijn grootste zorg is dat de kinderen een
loyaliteitsprobleem krijgen. Aan hun moeders bijvoorbeeld niet
meer durven te vragen of ze hier een nachtje mogen logeren.”
In
eerste instantie dachten
Robbert en zijn
partner: we vechten het aan. Ze hadden ook recht op de kinderen,
vonden ze. Maar ze willen geen olie op het vuur gooien en het
risico lopen dat ze de kinderen helemaal niet meer mogen zien.
Robbert: “Ik houd me vast aan het idee dat ik de kinderen ook op
woensdagmiddag veel mee kan geven. Dan ben ik er helemaal voor ze.
Ze zien ons ook echt als hun vaders en noemen ons papa. Ik denk
maar: de band die je met je kinderen hebt kan door omstandigheden
onderbroken worden, maar verbroken wordt hij nooit.”
Dat
de band kwetsbaar is, realiseert hij zich wel. “De moeders
hebben de kinderen geadopteerd en juridisch heb ik dus afstand van
hen gedaan. Emotioneel vond ik dat een heel moeilijk proces –
het is nogal wat om tegen de rechter te moeten vertellen dat je
niets voor je kinderen wilt beteken, maar voor de kinderen leek
het me het beste. Gevolg is wel dat je als donorvader – als het
erop aankomt – weinig te zeggen hebt. De moeders hebben het
gezag en bepalen uiteindelijk. Als we de kinderen ook niet meer op
woensdagmiddag mogen, zou ik zeker naar de rechter stappen, maar
voorlopig hoop ik maar dat het vanzelf weer goed komt.”
In
de tussentijd houdt Robbert een website bij over de kinderen en
beschrijft hij dagelijks zijn gevoelens voor hen in een dagboekje.
Voor later, zegt hij. “Soms ben ik bang dat de kinderen over
tien jaar zeggen: ‘Hé pap, waarom heb je toen niet meer je best
voor ons gedaan? Dan kan ik hen mijn gevoelens laten lezen.”
Advocate Wilma Eusman ziet in haar praktijk steeds meer donors die
wel naar de rechter stappen. En die ook steeds vaker gelijk
krijgen – rechters vinden het steeds belangrijker dat de vader
een rol speelt in het leven van het kind, zegt Eusman. Soms gaat
de rechter daar volgens haar wel erg ver in. “Vroeger moest je
als donor aantonen dat je echt een relatie had met het kind en de
moeder, nu is het feit dat een donor de biologische vader is soms
al genoeg om een omgangsregeling toe te kennen. Zo heb ik nu een
zaak waarbij de donor tijdens de zwangerschap één keer op de
koffie is geweest. Na de geboorte is er gebeld en heeft hij een
bezoek gebracht. Die man heeft
nu van de rechter
een omgangsregeling gekregen, terwijl dat niet was afgesproken.
Dan vraag ik me wel af: is dit nu in het belang van het kind?”
Wilma
Eusman zegt het regelmatig tegen haar cliënten: bezint eer gij
begint. “Met een kind zit je levenslang aan elkaar vast. Dat
beseffen mensen zich lang niet altijd. Vaak zijn vrouwen zo blij
dat ze eindelijk een donor hebben gevonden dat er niet meer goed
wordt nagedacht over de invulling van het ouderschap. Maar je bent
geen familie van elkaar; dat maakt het heel ingewikkeld. Ik zeg
altijd: zet alles op papier. Dat dwingt alle partijen tenminste er
goed over na te denken.”
Voor
donorvaders kan de afstand die ze hebben tot hun kind enorm
pijnlijk zijn, zegt
Hendrik Grashuis van
de
Stichting Mannenwerk
, een organisatie die ook regelmatig bijeenkomsten organiseert
voor donors die worstelen met hun vadergevoelens. “Vrouwen
zoeken vaak geen vader voor hun kind, maar zaad. Donors zijn toch
een beetje een noodzakelijk kwaad.” Dat
zegt ook Eelco Bannink
van de Identity
Coach, die in
zijn praktijk
veel donorvaders begeleidt en zelf ook donorvader is. Donorvaders
zouden meer voor hun vaderschap moeten gaan staan, vindt hij.
“Wat ik vaak zie is dat de vaders zich schikken naar de wensen
van de moeder.
Vooral homovaders zijn vaak zo bang hun kinderen kwijt te raken
dat ze niet voor hun eigen wensen durven uit te komen. Terwijl
donorvaders in mijn ogen veel voor hun kinderen kunnen betekenen.
Het is nu eenmaal zo dat een
man anders
met kinderen omgaat dan een vrouw. Qua emancipatie valt
er voor mannen op
dit terrein nog heel wat te winnen.”
|