'Bedankt'
16
oktober 2009
Mijn
laatste werkdag, de afscheidsreceptie van mijn werk en
mijn 65ste verjaardag zijn achter de rug.
Als
ik er nu op terug kijk overheerst er een grote mate van
tevredenheid. Hoewel ik voor elk van de drie
gebeurtenissen wat plankenkoorts had, heb ik er op het
moment zelf toch steeds weer kunnen genieten.
Op
mijn laatste werkdag werd ik thuis afgehaald met een
zwarte automobiel. Onmiddellijk toen ik de deur uitstapte
werd de vlag van stadsdeel Zeeburg om mij heen gedrapeerd.
Jaren geleden zou ik deze gegeneerd hebben afgeschud. Nu
heb ik het me laten aanleunen en vond het ook wel grappig.
Ik
was nauwelijks ingestapt toen me een glas in de hand werd
gedrukt en een flesje champagne Moët & Chandon werd
ontkurkt. Opnieuw was ik verrast. “Goh”, dacht ik,
“ze maken er wel werk van”. Dat dit slechts het begin
was vermoedde ik nog niet. In plaats van naar mijn
werkplek werd ik in het stadsdeelkantoor naar het
bedrijfsrestaurant gevoerd. Daar werd ik verrast door de
aanwezigheid van vrijwel de gehele afdeling aan een goed
gedekte ontbijttafel. Na een paar woorden van het
afdelingshoofd werd ik overladen met cadeautjes, variërend
van een staatslot tot verschillende soorten chocolade.
Alles wat ik de afgelopen jaren heb laten zien en horen
kreeg ik in de een of andere vorm terug. Beter hadden mijn
collega’s het niet kunnen doen.
De
afscheidsreceptie een week later, zag ik met enige
spanning tegemoet. Ik had wel een paar dingen aangegeven
die ik graag zou willen, o.a. niet meer dan de drie door
mijzelf aangewezen sprekers en elk vooral niet langer dan
5 minuten. Dat laatste omdat ik toespraken meestal veel te
lang vind duren. Ik ga me dan altijd vervelen.
Voorafgaand
aan de receptie
werden wij, mijn dochters, hun mannen en mijn
kleinkinderen, ontvangen door de stadsdeelsecretaris, zeg
maar de directeur
van de gemeentelijke
organisatie waar ik twintig jaar heb gewerkt. Ik was erg
benieuwd wat er zou gebeuren. Het werd een ontspannen
bijeenkomst met een wat zakelijke ondertoon. Gevoelige
onderwerpen, werden zorgvuldig vermeden.
De
receptie was georganiseerd in het Lloyd Hotel, een
rijksmonument met een roerige geschiedenis. Al op de stoep
werd ik opgewacht door een paar genodigden. Vanaf dat
moment had ik geen moment rust en werd ik volledig in
beslag genomen door mijn gasten. Wat een mensen, wat een
cadeaus, wat een toespraken, wat een goede sfeer.
Bijzonder vond ik de persoonlijke brief van burgemeester
Job Cohen die mij door de wethouder personeelszaken werd
overhandigd. In de brief stelt de burgemeester dat hij
graag bij mijn afscheid aanwezig had willen zijn en niet
alleen om mij te bedanken voor mijn inzet voor de gemeente
Amsterdam. Verder stelde hij, en ik citeer: “Ook
in uw privéleven, zo vertelde men mij, hebt u zich voor
de stad ingezet. De mensen van het Mannenwerk zijn erg
blij met uw hulp en noemen uw inzet van onschatbare
waarde”.
Ik
heb genoten en gloei ook tijdens het schrijven van dit
stukje nog steeds na. Het geheel, vanaf het moment dat ik
op mijn laatste werkdag thuis werd opgehaald tot en met de
laatste minuten in het Lloyd Hotel, ik heb er geen woorden
voor. Na de vier toespraken was dat ook al het geval. Wat
ik als speech had voorbereid voelde op dat moment als
volstrekt overbodig en nergens op slaan. Ik heb hem daarom
publiekelijk verscheurd. Ik vergat door mijn
gemoedstoestand van dat moment wel de organisatoren te
bedanken. Dat heb ik later goed gemaakt.
Mijn
65ste verjaardag heb ik met mijn dochters en
hun mannen gevierd in een goed restaurant. De avond liep
gesmeerd. Vooraf was ik wat ongerust over het verloop. Ik
had bedacht dat er wel een structuur nodig was. De
gelegenheid om die aan te brengen deed zich al snel voor
toen mijn jongste vertelde over een litteken dat zij in
haar jeugd na een val met haar fiets had opgelopen. Voor
mij was dat aanleiding om mijn tafelgenoten uit te nodigen
om dit onderwerp als leidraad te nemen. Iedereen ging er
in mee en had één of meer anekdotes. Niemand maakte er
een drama van waardoor het de hele avond licht en luchtig
bleef, ook door de zijpaden die er af en toe werden
bewandeld.
Vlak
voor wij op zouden stappen zei ik dat ik blij was met het
goede verloop
van de avond
, en hoe ik het verhaal van mijn jongste meisje had
aangegrepen om een beetje structuur aan te brengen. Een
van mij schoonzonen maakte daar op scherpe toon een
opmerking over: “Dat jij met al jouw kennis en ervaring
nog zo onzeker kan zijn!”, of woorden van gelijke
strekking.
Fysiek
kwam dat bij me aan als een lichte “punch” tegen mijn
borst en ik voelde me ook een beetje betrapt. Mijn eerste
reactie was om in de verdediging te gaan. Een flits van
een seconde later dacht ik: “”Nee, niet doen. Vertel
maar gewoon wat er aan bij mij heeft gespeeld over deze
avond”. Zo vertelde ik dat ik onzeker en wat angstig was
geweest over het “mogelijke” verloop
van de avond en
dat ik bang was geweest dat er onaangename stiltes zouden
vallen.
Nu
ik dit heb opgeschreven realiseer ik mij pas dat mijn
angst voor onaangename stiltes was gebaseerd op oud zeer,
ontstaan in mijn jeugd. In die periode van mijn leven
waren feestdagen meestal rampzalig en bijna altijd
aanleiding tot ruzies tussen mijn ouders, en stiltes waren
een voorbode van een naderende storm met windkrachten
tussen de 9 en 12 Beaufort.
De
feestelijkheden rondom mijn pensionering en 65ste
verjaardag heb ik “doorstaan en overleefd”. Mijn leven
herneemt nu zo langzamerhand weer een normaler ritme. Maar
ja, wat is normaal. Ik ben nog nooit eerder gepensioneerd
geweest. Hoe het mij vergaat in mijn eerste periode als
pensionada? Daar vertel ik u een volgende keer over.
Vivan Mell
|