|
“SOMS
VRIEST HET EN SOMS IS ER DOOI”
Dat was het
antwoord dat ik aan een neef gaf op zijn vraag: “Hoe
gaat het met je nu je met pensioen bent?”. Met dat
antwoord bedoelde ik dat de ene dag soms eindeloos lang
lijkt te duren en de andere omvliegt. Het was en is nog
steeds experimenteren en bij mijzelf aftasten waarbij ik
mij het beste voel.
Toen ik tegen mijn pensionering aanliep heb ik mijzelf
voorgenomen om in ieder geval de eerste drie maanden
helemaal niets te doen. Daar bedoel ik dan ook echt mee
helemaal niets! Van ervaren wordt je wijs. Waarom deze
uitspraak in dit verband? Ik was er namelijk al eens
eerder tegen aangelopen dat ik overspoeld werd door
verzoeken om iets te gaan doen op momenten dat de mare
rondging dat ik weer over meer vrije tijd beschikte.
Vandaar.
Restylen
Nou
ja, één klus, daarmee ben ik wel, in meer en vooral in
mindere mate, bezig geweest. Dat was het restylen van mijn
appartement. Ik woon er nu al meer dan 13 jaar. Dat is
voor mij als volwassene een record. Onrustig als ik
jarenlang ben geweest verhuisde ik regelmatig. De reden?
Ik projecteerde mijn innerlijke onrust op de buitenwereld.
Toen ik begreep wat ik met mijn onrust deed, kon ik het
ook beter beteugelen. Verhuizen hoefde niet meer.
De aanleiding voor het restylen waren het plaatsen van een
nieuwe keuken en het vervangen van mijn linoleum vloer
door woongrind. Het in de loop der jaren zorgvuldig
opgebouwde evenwicht van kleuren, plaatsing van mijn
meubels en de kunst aan de muur was daarmee zoek. Ik ben
gedurende twee jaar regelmatig met mijzelf in conclaaf
gegaan hoe een nieuw evenwicht te creëren. Ik kwam er
niet uit. Ik sprong dan ook een gat in de lucht toen mijn
jongste “spruitje” (synoniem voor dochter)
vorig jaar augustus voorstelde om een plan voor mij
te maken. Er was één voorwaarde aan verbonden, zij wilde
het zelf, tegen een “papa tarief” uitvoeren. En zo
geschiedde. Ze kwam met een paar voorstellen begeleid met
3D animaties en enkele discussiepunten. Soms verraste ik
haar met mijn keuzes. Op een ander punt volgde ik
twijfelend haar advies met de belofte als ik die witte
muur niet mooi zou vinden zij hem kosteloos zou
overschilderen.
Half maart 2010 was mijn huis bijna klaar. Wat nog rest
zijn twee ontwerpen voor een meubel in mijn woonkamer
waarin geluid, beeld, boeken, cd’s en kunst in zijn
geheel kunnen worden geïntegreerd. Het andere ontwerp is
voor de werkhoek in mijn slaapkamer. Ook dat moet een geïntegreerd
geheel worden voor computer, werktafel, ordners, boeken en
kunst. Ik ben erg benieuwd waar zij mee aankomt, vooral
omdat zij weet dat ik onconventionele keuzes niet uit de
weg ga.
Tentoonstelling
Behalve
meubels verplaatsen, kunstwerken van de muren halen en
weer ophangen heb ik niet zo veel gedaan. Ik ben wel bezig
geweest met een tentoonstelling van het werk van Emmy van
Vrijberghe de Coningh, mijn tweede ex en later beste ´vriend´
die helaas veel te vroeg, op 26 september 1992, overleed
aan een hartstilstand. De dramatiek ervan werd nog
versterkt omdat dit gebeurde tijdens de opening van een
tentoonstelling in het toenmalige Cultureel Centrum
Zandvoort (thans Zandvoorts Museum). Tijdens een
welkomswoord dat zij aan het uitspreken was zeeg zij
ineen.
Er
bleek geen redden meer aan zo hoorde ik ruim een dag
later. Meestal was ik erbij als er een nieuwe
tentoonstelling werd geopend. Toen niet. Ik was met mijn
eerste vriendje op de motor naar Zeeland. De aarde leek te
schudden toen ik thuis kwam en van gemeenschappelijke
Zandvoortse vrienden hoorde dat Emmy was overleden.
De aanleiding voor de tentoonstelling van het werk van
Emmy was het overlijden, eind 2008, van de Zandvoortse
architect Chris Wagenaar. Emmy had tijdens haar studie
bouwkunde Chris als docent voor het vak “De Geschiedenis
Der Bouwkunst”. Zij heeft op zijn bureau stage gelopen
en later voor hem gewerkt. Chris was de man die Emmy naar
Zandvoort heeft gehaald om hem te assisteren bij de
verbouwing van het Oude Mannen en Vrouwenhuis tot
Cultureel Centrum. Hij was ook de animator van haar
benoeming tot artistiek leider van Cultureel Centrum
Zandvoort.
Chris Wagenaar en zijn weduwe Hanneke waren verzamelaars
van haar werk. Hun verzameling, verspreidde werken van
Emmy in familiebezit, en de collectie van het Zandvoorts
Museum vormde de basis van deze tentoonstelling. Een
oproep in de plaatselijke krant leverde ook nog wat
stukken op. Omdat ik gezien word als eigenaar van haar
artistieke nalatenschap werd ik ingehuurd om het
ingebrachte werk te beoordelen.
De tentoonstelling was een succes. De opening was ook
bijzonder en wel om tweeërlei redenen. Het was druk en de
toespraken raakten vele van de aanwezigen, ook mij.
Bijzonder ook omdat er mensen aanwezig waren die ik meer
dan twintig jaar niet had gezien en gesproken. Soms was
dat leuk en soms helemaal niet. Een bezoeker waagde het om
in een gesprek met mij vraagtekens te zetten bij de
familienaam van Emmy. Hij trok de oorspronkelijkheid van
de familienaam in twijfel en probeerde voor mijn gevoel de
integriteit van Emmy aan te tasten. Hij zei ook nog iets
insinuerends over de nalatenschap van haar vader, de in
1963 ook aan een hartstilstand overleden acteur Cruys
Voorbergh. Ik kon me maar net bedwingen om op hoge toon
uit te barsten dat de bewuste vragensteller in mijn ogen
op een impertinente manier bezig was. Kortaf en met een
ijzige toon heb ik de man van mij afgeschud. Als een
geslagen hond droop hij af.
Klussen
Een
paar weken na mijn afscheidsfeest als ambtenaar kreeg ik
tijdens een teamvergadering van het Mannenwerk een envelop
in mijn handen. Het bleek een kaart te zijn van Sietske
Dijkstra die zij mij stuurde als reactie op mijn
uitnodiging om op mijn afscheidsfeest te komen. Sietske is
gepromoveerd psycholoog en heeft zich gespecialiseerd in
huiselijk geweld. Zo’n 15 jaar geleden heeft zij mij
uitgebreid geïnterviewd over het seksueel misbruik toen
ik nog heel jong was en het andere huiselijke geweld in
mijn jeugd. De serie diepte-interviews die zij hierover
heeft gemaakt hebben geleid tot de publicaties “Bij
Stukjes en Beetjes”, en tot “Met Vallen en Opstaan”.
De eerste uitgave handelde over mannen die als kind
seksueel misbruikt zijn en kreeg landelijk publiciteit. De
tweede uitgave is een weerslag van hoe mannen en vrouwen
betekenis geven aan geweldservaringen uit hun kindertijd.
Omdat
ik met een neef van haar bevriend ben, hij heeft destijds
het contact tussen ons tot stand gebracht, is zij na de
interviews aan de zijlijn van mijn leven aanwezig geweest.
Kennelijk was zij mijn huisadres kwijt en heeft zij via
internet geprobeerd er achter te komen waar ik te bereiken
was. Aan de teksten op de kaart was dat duidelijk te zien.
In een hoekje van die kaart vroeg ze of ik een paar
interviews wilde doen met een paar van haar cliënten met
huiselijke geweldservaringen. Ik vond het een uitdaging en
een maand later zat ik met haar aan tafel om er over te
praten.
Ons gesprek heeft zo’n anderhalf uur geduurd. Er kwam
van alles in mij op en alles ging ook over tafel. Nadat
Sietske de achtergronden van haar vraag had uitgelegd was
het mijn beurt. Ik verhaalde over mijn achtergronden, mijn
ervaringen van de afgelopen jaren, mijn mogelijkheden,
mijn twijfels, mijn sterke kanten en vooral ook mijn
kwetsbaarheden. Zij had vertrouwen in mij en wilde heel
graag dat ik die interviews zou maken. Ik vertrouwde haar
en vooral op de steun die zij mij zou kunnen geven als ik
door de verhalen van de geïnterviewden geraakt zou
worden.
Uiteindelijk
is het één interview dat ik zelf heb gemaakt en
omgewerkt tot een lopend verhaal. Twee door Sietske
gemaakte interviews heb ik omgewerkt tot hapklare en
publicabele brokken.
Op
30 maart zijn mijn stukken verschenen ter illustratie in
een publicatie over professionals in de hulpverlening bij
huiselijk geweld. Zie.....
Het
oude nest
Ik
was in januari net aan de opdracht van Sietske begonnen of
ik werd gebeld door mij oude werkgever. Of ik het bureau
waar ik de laatste 5 jaar had gewerkt een dag in de week
zou willen ondersteunen. Ik vond het leuk om gevraagd te
worden. Vooral omdat ik me realiseerde dat ik in een
totaal andere positie zou komen te verkeren dan voorheen.
Via een bemiddelingsbureau ben ik als ZZP-er ingehuurd en
was vanaf eind februari tot 1 mei één tot drie dagen per
week aan de slag. Op mijn verzoek was mijn komst ruim
bekend gemaakt. Op een enkele uitzondering na was het een
warm welkom. Enkele oud-collega´s zag ik zichtbaar
schrikken toen ik ze in de wandelgangen tegen kwam. Dat ik
in de loop der jaren ook “vijanden” had gemaakt dat
wist ik. De reden? Ik heb jarenlang een dominante positie
in de Ondernemingsraad gehad en bovendien soms pittige
columns voor het personeelsblad geschreven die bepaald
niet iedereen mij in dank heeft afgenomen.
Wat
ik heel plezierig vond is dat ik alles op afstand kon
bekijken. De fusieperikelen met het naburige stadsdeel
Oost-Watergraafsmeer kon ik heerlijk aan mij voorbij laten
gaan. Dat voelde comfortabel aan.
Oud
en nieuw zeer
Wat
zich sinds half januari met enige regelmaat op de
voorgrond tracht te dringen is “De hel van mijn
jeugd”. Ik benoem dat zo omdat ik uit een nest kom
waarin voortdurend de dreiging van geweld en intimidatie
aanwezig was. Mijn vader was een dictatoriale man die, als
hij zijn zin of gelijk niet kon krijgen, zijn vrouwen
fysiek te lijf ging. Dat heeft hem zijn huwelijk met mijn
moeder gekost en zijn tweede huwelijk tot een 20 jarig
drama gemaakt voordat mijn stiefmoeder aangifte deed en
een scheiding aanvroeg.
Door de scheidingsperikelen van mijn oudste dochter, zij
kondigde dit half januari aan, is bij mij de angst
aanwezig dat haar scheiding ook op een drama uitloopt. Dat
gevoel wordt nog eens versterkt door de gezinsdrama’s
die de afgelopen tijd in de publiciteit zijn geweest.
Volgens mijn dochter zal dat bij hun niet gebeuren en daar
houd ik me een beetje aan vast.
Omdat het mij zo bezig houdt en ik mij zeer bewust ben dat
de scheiding van mijn dochter voor mij een symboolsituatie
is, besloot ik om er tijdens de workshop Gay-Soul aandacht
aan te besteden. Al bij het voorstelrondje op de
vrijdagavond was het raak. Ik stapte de kring in en de
woorden rolden uit mijn mond. Ik zweefde een beetje, mijn
keel kneep dicht, maakte een kokhalzende beweging en
tegelijkertijd stootte ik de woorden eruit. Nou ben ik wel
wat van mijzelf gewend en toch schrok ik ervan, omdat het
buiten mijzelf leek om te gaan, ik mijzelf niet in de hand
had, de controle verloor.
Ik stapte de kring uit. Robbert O., die ik al een jaar of
negen ken, maakte, toen ik hem passeerde,
een opmerking ´Je bent wel erg snel weg!´.
Daardoor realiseerde ik me dat ik aan het vluchten was.
Vluchten voor wie? Voor mijzelf natuurlijk. Ooit heb ik
mezelf beloofd niet meer voor mijn spoken op de loop te
gaan maar ze in de ogen te kijken. Ik stapte de kring weer
in. Ik richtte me tot Johan van B. en leek hem in een
soort koker te zien. Ik zag alleen zijn ogen, zijn
gezicht, zijn mond. Ik hervatte mijn verhaal en maakte
even later weer contact met de buitenwereld door de 15
andere aanwezige mannen stuk voor stuk aan te kijken.
Daarna, de kring uitstappend, was ik weer helemaal bij de
tijd en met beide benen op de grond. Ik was en ben er nog
steeds van overtuigd dat ik op die vrijdagavond in die
kring van mannen er een stuk vuil heb uitgekotst dat mij
heel lang, misschien mijn hele leven, heeft dwars gezeten.
Lang leve het Mannenwerk!
Vivan
Mell
|