Home Stichting Mannenwerk, bestuur, medewerkers, geschiedenis Agenda 2013 met info over meerdaaagse workshops en avondsupportgroepen Nieuwsbrief, het laatste nieuws van Stichting Mannenwerk Magazine met actuele verhalen Mannenlinks, webadressen voor de man van NU! Contact met Stichting Mannenwerk   Home Stichting Mannenwerk op Facebook Contact Us
 

In het mannenwerk magazine aandacht voor bemoediging, kracht, inspiratie en bezieling.

 

Behalve nieuws over onze activiteiten, schrijven gasten, collega's, deelnemers, en een paar vaste medewerkers regelmatig teksten in de geest van wat het mannenwerk uitdraagt. 

 

Interview met Peter van der Weerd (student aan de faculteit Religiewetenschappen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen) n.a.v. zijn onderzoek binnen mannenwerk, De bezieling van Jan Huinder (ex workshopleider), Martin Brans (medebegeleider mannenwerk) over 'aangeraakt', een verhaal over 'zielsverwantschap' van Jan Gits (deelnemer aan het laatste mannenweekend), een verhaal van Peter Derks (deelnemer o.a. de oud en nieuw workshop en supportgroep), Joan de Roos (deelnemer mannenwerk sinds 1979) met zijn nieuwe colomn, Jan Andreae (grondlegger mannenwerk) in De Duif en een recensie over de levendigheid van zomergast Marc Marie Huijbrechts Aandacht voor 'de aard van het mannenwerk'. Bevindingen door Peter van der Weerd (student  aan de faculteit Religiewetenschappen  aan de Radboud Universiteit in Nijmegen), onze 3 kernvragen aan Peter Rhewinkel (burgemeester Groningen) en Stef bos (zanger / tekstschrijver). Pappa, de eerste man in je leven! Verder een beeld van hoop gezien door Peter Adelaar , aandacht voor de film Howl en de nieuwe column van Joan de RoosIn dit magazine o.a.; Spiritualiteit & Mannenwerk door Johan van Breukelen, onze drie kernvragen aan Claire Felicie (fotografe), Ervaringsverhaal n.a.v het maart mannenweekend en de beelden van Peter de Kruif door Vivan Mell, de column van Joan de Roos, aandacht voor Trudes Hoenders, en 'het licht gezien' door Peter Adelaar.In dit februari-maart magazine o.a. Vivan Mell in gesprek met Sietse Dijkstra: "Mannen, zijn net zoals vrouwen, soms heel erg kwetsbaar en heel erg gekwetst", aandacht voor onze drie kernvragen aan Kader Abdolah (schrijver van het Boekenweek geschenk), Hendrik Grashuis & Johan van Breukelen schreven op verzoek voor het het Tijdschrift Raffia een artikel over mannenwerk anno 2011. Verder Welkom thuis Lars Mokveld, de mannen van het mannenwerk nu, GaySoul 2011 en de column van Joan de Roos  In dit wintermagazine o.a.aandacht voor onze drie kernvragen aan Margriet van der Linden (hoofdredactrice opzij), Antoine Bodar (priester in Rome), Arthur Japin (schrijver) en Jan dirk Veenstra een van de auteurs over een onderzoek en boek over jongensprostitutie.  Verder 'over Oud & Nieuw', Vroeger en Nu; wat doe je er mee? De nieuwe jaarkaart 2011 is uit, Thijs was ooit de jongste (11) deelnemer bij mannenwerk, een portret van hem nu en een artikel over het verschil tussen kloktijd en psychologische tijd.  In dit najaarsmagazine aandacht voor o.a. Bright Richards en zijn voorstelling 'As I Left My Father’s House’, een terugblik op het laatste mannenweekend 'seksualiteit & Innerlijke vrijheid', een verhaal uit Tanzania van Walter van Ruitenbeek, de supportgroep een verademing, en Peter Adelaar over;Mannen komen van Mars en Vrouwen van Venus.In dit zomermagazine aandacht voor o.a. Jens van Tright over zijn kracht en bezieling, Vaderdag en 'de handen van Pa', soms vriest het en ... een verhaal van Vivan en het beeldmerk van de stichting wat stelt het eigenlijk voor?In dit vooraars magazine aandacht voor o.a. Fatima Elatik over kracht en bezieling, Martin Brans over ballans, homoseksualiteit 'een roeping!', verhalen n.a.v. het 3e Gay Soul mannenweekend, Lingham expositie in Utrecht, de man en zijn lichaam een boek van Arie & Stephan en de zomerweek van mannenwerk met extra workshops!In dit jubileummagazine aandacht voor o.a. de kracht & bezieling van Jan Andreae Nu, de kunst en de hardcore business van het mannenwerk, Tijd voor de man van Nu!, 30 jaar mannenwerk  geschiedenis en het mannenwerk team van nu laat zich horen en zien.

Magazine 5 / 2004

online sinds 12-01-2009

van de redactie
de man in de wereld
Rob Tielman
Lauk Woltring
Jotika Hermsen
Omar Nahas
Pater van Kilsdonk
Vincent Duindam
Jan Rot

Rudolf Hunnik
Bob Fosko
Anja Meulenbelt
Henk Hanssen
Ingeborg Bosch
Jan Willem

Gijs Portengen
Peter van Rooijen
Bram van Splunteren

 

 


 
 

"Homoseksualiteit is geen afwijking of stoornis, 

maar een vondst van de Schepper".

 

foto©Sjaak Ramakers

 

Pater Jan van Kilsdonk

19 maart 1917 - 1 juli 2008 

 


Pater Jan van Kilsdonk SJ heeft tientallen jaren krachtige ondersteuning geboden aan honderden Amsterdamse homo’s die problemen ondervonden bij hun coming-out. Hij wist als geen ander (vaak gelovige) ouders te bewegen respect te ontwikkelen voor de seksuele voorkeur van hun kind. Als studentenpastor werkte Van Kilsdonk niet vanuit een kantoor, maar was op de plekken waar homo’s kwamen, in de kroegen. Hij nam in 1982 al afscheid als studentenpastor, maar heeft in de jaren daarna ook heel veel steun geboden aan mensen met aids. 

 

Vele mannen in de homoscene van Amsterdams en daarbuiten hebben een goede herinnering aan Pater Jezuïet Jan Van Kilsdonk. De een omdat hij een goed gesprek met hem heeft kunnen voeren, de ander omdat hij de eerste man was die op hem afkwam die “niets van hem wilde”. Voor de redactie van Magazine.nl stond de pater dan ook al een tijdje op de verlanglijst om een gesprek mee te voeren. Aan de hand van de vragen naar bezieling en kracht en wat mannen nodig hebben en wat ze doen staat werd het een gesprek over het milieu waarin hij opgroeide, over (on)bewust keuzes maken, levenslang blijven leren en zijn motivatie om zich nadrukkelijk met homoseksuele en lesbische studenten bezig te houden.

 

"Ik ben mateloos ontroerbaar door mensen. Mensen zijn voor mij heel boeiend en inspirerend. Ik ben natuurlijk niet getrouwd, heb geen kinderen en ik ben mijn hele leven celibatair. Ik denk dat ik mijn energie daarom heel anders en daarom op mensen richt. Overigens denk ik dat het celibaat voor pastoraal werkers in dit tijdsbestek helemaal is achterhaald”.

Aan het woord is Pater Jan van Kilsdonk over zijn bezieling en zijn kracht. En over de eeuwenoude gemeenschap waar hij opgroeide.

door Vivan Mell 

Het zevenhonderd jaar oude katholieke Brabantse dorp Zeeland was een gesloten gemeenschap. Iedereen was afhankelijk van iedereen. De molenaar van de boer, de boer van de landarbeiders, de slager van de boer net zoals de notaris ook van de boer, molenaar en landarbeider afhankelijk was”.

In dat milieu kwam in 1917 Pater Jan Van Kilsdonk ter wereld als zoon van een in goede doen verkerende molenaar. Pa was de trotse eigenaar van drie molens. Het gezin telde slechts drie zonen. Voor een goed katholiek gezin in het begin van de vorige eeuw was dat uitzonderlijk. Grote gezinnen met tien of meer kinderen waren  de norm. 

Zuster had ik niet, mijn moeder was ziekelijk en is vrij jong gestorven, daarom is het gezin zo klein gebleven”.

Molenaar worden zoals zijn vader en voorvaderen zat er voor hem en zijn broers niet in. Zijn vader schatte de gevolgen van opkomende mechanisatie goed in en voorzag het uitsterven van het molenaarsberoep. Tegen zijn zonen zei hij dan ook dat molenaar worden er voor hen niet meer in zou zitten. Ze moesten maar gaan leren om later de kost te kunnen verdienen.

Ik vond het niet zo bedroevend dat ik geen molenaar kon worden om dat ik erg studaxs (studiebol, nerd. (Red.) ben aangelegd. Mijn vader had weliswaar geen hoge academische idealen voor ons, toch betekende het dat we, om naar een middelbare school te kunnen, na de lagere school naar een kostschool moesten. Voor de tweede wereldoorlog waren er namelijk nauwelijks middelbare scholen in Nederland. Bovendien was bij de burgerij en hogere standen in die tijd het internaat een heel gewaarde instelling”.

Het werd onder andere een internaat in Nijmegen. Van de drie jongens in het gezin Van Kilsdonk  was hij de enige die graag en veel las.

Ik had als jongen van 17 jaar zeker voor zo”n 2000 gulden aan boeken. Ik had boeken van Henriëtte Roland Holst, en het hele werk van Herman Gorter, werk van PC Hooft en andere Nederlandse schrijvers en dichters. Ik was helemaal weg van de Nederlandse dichters. Dat lag nou eenmaal in mijn aard. Ik ontwikkelde in die periode ook een interesse om monnik te worden, maar dan sterk intellectueel. Na een zeker beraad heb ik me bij de jezuïeten aangesloten. Ik was toen zo”n jaar of 18”.

Zijn keuze om naar het seminarium te gaan en priester te worden is niet ingegeven door druk uit zijn sociale omgeving. In tegendeel zelfs stelt Van Kilsdonk. Zijn antwoordt laat echter wel ruimte voor twijfel:

Er is bepaald geen druk op mij uitgeoefend om naar het seminarie  te gaan of om priester te worden. Zoiets kwam in Brabant niet voor. Althans, met zekerheid kan ik er niets over zeggen. Ik heb er nooit iets van gemerkt. Bij mij was dat absoluut niet het geval. In mijn familie ben ik de eerste en de laatste priester.”

Vader Van Kilsdonk was een heel plezierig gelovig mens, maar praten over god vond hij aanstellerij. Hij vond het akelig en heeft het ook nooit begrepen dat zijn zoon Jezuiet is worden. Deze orde vond hij hautain, elitair en hooghartig. Als hij dan toch priester wilde worden had hij het kunnen begrijpen als hij zich bij de kapucijnen had aangesloten. Invloed op zijn relatie heeft zijn keuze voor de jezuïeten overigens niet gehad. Die was en bleef, zoals de pater dat noemt, “uiterst sympathiek”

Studeren en leren van zijn ontmoetingen met mensen is een positieve factor in zijn leven geweest, hij deed dat graag. Tijdens de vele retraites die hij aan priesters heeft gegeven legde hij daar altijd de nadruk op. Vooral als hij merkte dat een priester zich niet meer ontwikkelde klonk op een gegeven moment altijd de waarschuwing:

”U moet wel levenslang blijven studeren!”. Want dat was vaak niet het geval.

Een ander belangrijk punt wat hij altijd voorhield tijdens een retraite was dat het van groot belang was in een pastorale relatie om je niet voor te laten staan op je kennis of geleerdheid:

Als het duidelijk merkbaar is dat je meer dan Mavo hebt en hoog opgeleid bent, ben je verkeerd bezig. Dat is niet communicatief Het betekend overigens niet dat je als pater een geleerde moet zijn, daar moet je ook de aanleg voor hebben. Je moet echter wel voortdurend studeren en bij de tijd blijven. Dat is nodig om het geschrift te kunnen blijven vertalen naar de huidige steeds veranderende maatschappij. Anders wordt je voorspelbaar, saai en clichématig”.

Als voorbeeld haalt Van Kilsdonk Lucas 15 aan dat handelt over de verloren boerenzoon die bij zijn terugkeer naar het ouderlijk huis door zijn vader met open armen wordt ontvangen.

Het dat verhaal van Lucas 15 droog wordt voorgelezen en afgeraffeld, dan is het saai. Wordt het benaderd en uitdragen als het meesterwerk van literaire kunst dat het is, is de toehoorder steeds verbaasd dat de verloren zoon zo met open armen door de vader werd ontvangen“

Een vraag van mij waar hij zijn motivatie, kracht en bezieling vandaan haalt spits Van Kilsdonk toe op zijn werk met homoseksuele mannen en lesbische vrouwen. Hij vertelt dat hij op dat punt een grote laatbloeier is. Voor zijn dertigste heeft hij nooit bewust met homoseksuele mannen gesproken. Hij had, net als vele anderen op dit punt totaal geen oog voor de sensibiliteit van zijn leerlingen. Dat veranderde toe hij zo’n vier jaar godsdienst leraar was in de hogere klassen van het Sint Ignatius College. De ommekeer kwam toen een oud leerling, over wie hij zijdelings had vernomen dat hij homo zou zijn, suïcide pleegde.

Dat heeft mij toen ontzettend aangegrepen. Die jongen die liet een dagboek na waarin hij een aantal leraren beschreef, waaronder ik. Hij beschreef ons, op een overigens niet vijandige of agressieve wijze, als totaal naïef en ongevoelig voor die problematiek. Dat heeft mij wel de ogen geopend. Ik was echt oprecht verbaasd dat ik daar, zelfs als godsdienst leraar, geen aandacht voor heb gehad. Enige tijd later heb ik eerst een paar lesbische meisjes leren kennen. Ik ben bij hun ouders geweest en heb gesprekken met hun gevoerd en leerde het begrijpen en kreeg inzicht hoe dat zat. Toen zijn mijn ogen open gegaan en kreeg ik er aandacht voor“.

Daarna verontschuldigt Pater Van Kilsdonk zich en vertelt dat hij er in zijn jeugd niet mee in aanraking was gekomen omdat hij veel studeerde en weinig contact had met leeftijdgenoten. Uit boeken wist hij best wel dat het bestond. Maar uit boeken wist hij zo veel, ook dat er misdadigers bestonden en schatrijke mensen. Die had hij in zijn jeugd ook niet in zijn omgeving.

Oog voor homoseksualiteit heeft Jan Van Kilsdonk trouwens niet wezenlijk ontwikkeld in de 10 jaar dat hij leraar was. Hij kreeg wel contact met een enkele leerling die er met hem over sprak. Dat veranderde toen hij in 1959 studentenpastor werd en daardoor veel in de universitaire wereld verkeerde. De onlangs overleden oud minister Diepenhorst, die in die tijd rector was van de Vrije Universiteit, zag kennelijk wat in hem en bood hem een werkkamer aan in op de VU. Dat eervolle aanbod sloeg hij af omdat hij liever “in het wild” wilde werken en contact met jonge mensen leggen op studentenflats en andere gelegenheden zoals in een kroeg of een sociëteit.

Zeker toen ik in de vijftig was kwam ik vijf avonden per week in een studentenflat. Op maandag-avond in Uilenstede, dinsdag Diemen en  donderdag Zilverberg in noord. Ik werkte toen samen met een studenten-dokter en een psycholoog van de Universiteit van Amsterdam. Onze bedoeling was om op een positieve manier de emancipatie te bevorderen van de homoseksuele student. Op een gegeven moment kwamen we op het idee om een groot feest te organiseren voor homoseksuele studenten. “Akhnaton” in Amsterdam stelde hun ruimte ter beschikking. Op de eerste avond kwamen ruim 300 jongens af. Dat heeft zich later nog eens herhaald en waren er zelfs studenten uit Utrecht en Leiden.

Op zulke avonden was hij altijd aanwezig en liep daar tussendoor en soms ook tussen dansende paren waarvan hij sommigen al langer kende maar niet wist dat ze homo waren. Het ging allemaal spontaan. In die tijd begon hij ook “De Schakel”, de sociëteit van het COC in Amsterdam, binnen te lopen. Hij werd daar een bekende verschijning. Op een gegeven moment vroeg de portier altijd of hij zijn jas mocht aannemen. Hij beschouwt dat nog steeds als eerbetoon van dat milieu voor zijn belangstelling, openheid en nabijheid. Men wist immers dat hij een beschaafde en ontvangende man was.

Ik merk dan op dat het van groot belang is geweest  dat iemand uit katholieke kringen belangstelling toonde. Van Kilsdonk:

 Het is nooit iets exclusiefs geweest, die indruk is verkeerd. Maar wat wel aan de hand was dat als je in die kringen respect, eerbied en aandacht had voor lesbische vrouwen en homoseksuele mannen, dan krijgt men kennelijk al snel de indruk dat je exclusief bent. Dat was helemaal niet zo. Wat er aan de hand was dat binnen een aantal jaren de hele studentenwereld wist dat ik open en op den duur ook enigszins deskundig was in de wereld van seksuele minderheden”.

Over pedofilie weet hij overigens maar bar weinig zegt hij vervolgens. Hij kent er wel een paar maar is er toch niet erg in thuis en wil er, om geen fouten te maken, geen uitspraken over doen. Hij denkt trouwens dat veel mensen, onder wie journalisten, er wel fouten en vergissingen in maken.

Ons gesprek ontwikkelt zich in de richting van het gevoelsleven van mannen. Dan poneer ik de stelling dat de westerse man slecht met zijn gevoelsleven omgaat. Hen wordt immers van jongst af aan geleerd dat “een flinke jongen niet mag huilen”. Opnieuw reageert Van Kilsdonk met de wijsheid van een man met veel levenservaring

 Ik ken een heleboel mannen die er erg onder lijden dat zij niets voelen, en zeggen: “had ik het maar meer”. Wat ik aan ze merk is dat zij er erg mee zitten, in hun grenzen gevangen zijn en pijn hebben om dat gemis aan gevoel. Een psychiater met enig talent is voor die mannen goud waard, onbetaalbaar. Een therapeut moet overigens in eerste instantie echt betrokkenheid voelen, en die ook echt kunnen tonen. Alleen met een academische scholing kom je er niet.”.

Verrassend genoeg zegt hij vervolgens met een scherpe toon  dat er in die sector veel te veel psychiaters zijn die alleen maar dure woorden gebruiken en met een air dingen zeggen als: “ja, dat komt door uw achtergrond” of “u kunt er niets aan doen” en “u bent wie u bent”

Feitelijk wordt daarmee gezegd: “u kunt niet veranderen”. Alsof een mens een optelsom is van de combinatie van de vader en moeder. Een mens zit ongelooflijk veel gecompliceerder in elkaar dan dat”.

Vivan Mell

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


MAGAZINE

cover

back

 

 
2012 © Stichting Mannenwerk